Poppenspeelster Ina Geisler.
Poppenspeelster Ina Geisler. Eigen foto Ina Geisler

‘Ik word geen Nederlandse, maar ben het wel’ - Niels Roelen interviewt Ina Geisler

16 mei 2025 om 07:58 Achtergrond Tips van de redactie

ZEIST In het kader van ‘Nederland 80 jaar bevrijd’ onderzoekt de bekende Zeister veteraan en auteur de betekenis van het begrip vrijheid. Hiervoor spreekt hij verschillende mensen. Hier vind je zijn weerslag van het gesprek dat hij hield met poppenspeelster Ina Geisler. 

advertentie

 
Ina Geisler werd geboren in Duitsland en kwam voor haar studie naar Nederland. Haar beide opa’s vochten aan het Oostfront. Ina is poppenspeelster en theatermaakster met een atelier in Lab lou. Samen met Myrthe maakte ze een voorstelling over bevrijding, vrijheid en vooroordelen.


Ruim 38 jaar woont Ina inmiddels in Nederland, hierheen gekomen voor haar studie drama en theater, maar tongval en woordgebruik verraden moeiteloos dat haar wortels in Duitsland liggen. Meinersen, een klein dorpje in de buurt van Hannover, dat ‘vlak bij de Oostgrens lag, naar de voormalige DDR toe waar wij dus nooit kwamen.’


Ze vertelt over haar ouders die nog steeds leven en afgelopen jaar hun 65-jarige bruiloft vierden. Haar vader, was in de oorlog nog te jong om te vechten, haar beide opa’s niet. In 1942, nog voor de fameuze Sportpalast-speech van Goebbels (’43), worden alle volwassen Duitse mannen, dus ook haar grootvaders, gesommeerd om lid te worden van de NSDAP. Deed je dat niet, dan kon je wel inpakken. Vrijwel onmiddellijk daarna worden ze beiden naar het Oostfront gestuurd.

VERLOREN SOLDAAT


Slechts één opa keert, vijf jaar na de oorlog, terug en vertelt toen Ina nog klein was verhalen over de oorlog. De andere is nooit teruggevonden, een verloren soldaat. Mijn moeder haar zussen hebben lang gezocht, gehoopt dat hij terug zou keren.
‘Één keer per jaar herdachten wij hem bij het graf van de onbekende soldaat. De andere opa, opa Geisler, vertelde over…’ ze twijfelt even, ‘Over hoe het was.’ Gruwelijke verhalen, herinnert Ina zich, ’verhalen waarvan ik dacht: hoe kun je dat aan zulke kleine kinderen vertellen? Maar de andere kant vroegen wij er ook om.’

Één keer per jaar herdachten wij hem bij het graf van de onbekende soldaat


Veel wordt er in die jaren niet over de oorlog gesproken, haar moeder zwijgt er zelfs volledig over en de verhalen van opa klinken als sages. Ze hebben iets onwerkelijks.
‘Hij verhaalt vanuit het soldaat zijn en een soldaat is een kameraad onder kameraden.’ Zonder ernaar te vragen voel je wat ze ermee bedoelt. Jonge mannen die niet vechten voor de ideologie van hun leider, maar elkaar niet in de steek laten en bereid zijn om alles te doen om te overleven. Ze rukken op door Russische dorpen. Alles op hun pad wordt vernietigd. Beeldend vertelt opa Geisler over vrouwen en kinderen die in hooischuren gedood werden. Haar opa heeft er moeite mee. “Het zijn ook mensen”, maar aan het oostfront hadden de mensen geen keuze. Het is er doden of gedood worden. Gebeurtenissen die hem altijd beziggehouden hebben.
Na de oorlog is in Duitsland niet het verwerken van de oorlog belangrijk maar de wiederaufbauw en dus pakken de mensen de draad weer op, worden er gewassen geplant omdat Meinersen een landbouwgebied is. Een klein dorp, waar een klein heuveltje in het centrum herinnert aan de ene bom die er gedurende de hele oorlog gevallen is.

ONTKENNING

‘Ontkenning was denk ik een van de kenmerken van het overleven. Mijn ouders zijn met de ideeën van de Hitlerjugend opgegroeid en waren zich daarom ook van geen schuld bewust. Het was die tijd.’
In het begin van haar pubertijd, merkt Ina dat dat sterk verandert. Het schuldgevoel van Duitsland, de gebeurtenissen van de oorlog, de nie wieder gedachte, de lessen op school, video’s van de gaskamers, gruweldaden van het NAZI-regime. Het is zoveel dat het Ina een persoonlijk oorlogstrauma bezorgt en ze besluit haar thuisland te verlaten.
Het Duitsland waar ze in opgroeit, is geen land waar je leert om je eigen mening te vormen. ‘Het land is horig. Je wordt wel geacht om zelf na te denken, maar aan de andere kant zijn er slimme mensen, intellectuelen en daar heb je naar te luisteren.’ Ze realiseert zich later pas dat de mensen uit het oude NAZI-regime in feite hun uniform hebben uitgetrokken en hun posities van voor de oorlog weer oppakten alsof er niets gebeurd was.
Ina denkt ze dat haar gevoeligheid voor autoriteit, dat ze er niet tegen kan als mensen haar vertellen wat ze moet doen, ook de reden is dat ze een creatief beroep gekozen heeft. Wie iemand echt is, wat mensen in het verleden hebben gedaan, blijft vaak onzichtbaar. Zoals ze van zichzelf ook niet weet wat ze in de oorlog gedaan zou hebben, welke keuzes ze dan en in die situatie zou maken.

CAPITULATIE

Hoe mooi Duitsland ook is en hoezeer ze ook van de taal houdt, ze houdt niet van de mentaliteit die er heerst. Duitsland viert natuurlijk ook geen bevrijding. Op 8 mei wordt de capitulatie herdacht. Te veel schuldgevoel is overigens niet goed, zeker niet als je bedenkt oorlog volgens onderzoek tot zeven generaties nodig heeft om hem te verwerken.
‘Tachtig jaar geen oorlog, niet direct in ons land. Dat is nog nooit eerder gebeurd. Wij zijn een generatie die alleen vrede kent, maar wordt die oorlog dan vergeten?’
Na 38 jaar Nederland, nu ze ook onze geschiedenis beter kent, bekruipt haar ook bij ons een beetje het gevoel van “oké” ook hier is wel het een en ander mis. Aan de buitenkant is Nederland een vrij, liberaal en open land. Dat is echter geen kwaliteit van het volk, het is een instelling die je terugvindt bij individuen.
Het was pas na Die Wende (de periode vlak voor de val van de muur in 1989) dat Duitsers zich ontworstelden aan hun schuldgevoel.
‘Wij Duitsers kunnen weer trots zijn op dat wij Duits zijn’, hoewel ze op dat moment zelf net twee jaar in Nederland is om te studeren, voelt het ook voor Ina alsof je “in levenden lijve geschiedenis meemaakt.” Ze besluit haar ouders te bezoeken en samen stappen ze in de auto om daarheen te gaan waar ze altijd vlakbij gewoond hebben, maar nooit heen konden; het oosten. Dat ze bij een kleine grensovergang het voormalige Oost-Duitsland in kunnen rijden, jaagt haar moeder angst aan. Ze kan het niet geloven, is bang dat achter haar de grenzen toch weer gesloten worden en ze vast komen te achter het ijzeren gordijn.
‘Hoe we aan de andere kant van de grens werden ontvangen. Het was aandoenlijk’, even zoekt ze naar woorden om haar gevoel te beschrijven, ‘het was, alsof… alsof, alsof je iets amputeert, en dan weer terug en er dan weer leven in komt.’
Achter de muur leven de mensen “50 jaar terug”, de smalle weggetjes en wat opviel was die andere geur. De zware lucht van bruinkool dat gebruikt wordt om te stoken, maar de mensen waren hartelijk en nodigden je uit om te komen eten en drinken. Hoe anders de mensen daar leefden, niemand was er werkeloos en toch ziet het platteland van de DDR er armoedig uit.
Buitenlanders kennen ze niet, die waren er simpelweg niet. Het verbaast Ina dat veel mensen wat uit het Oosten komt ineens beschouwen als “niets waard”, het waren mensen die alles samendeden, met een andere mentaliteit, die bang waren om iets te zeggen en nu ineens geconfronteerd worden met het kapitalisme en de gevolgen daarvan.
‘Ze wilden ook een Volkswagen, naar Mallorca op vakantie. Oh mijn god, daar wil je toch niet naartoe.’
Hoe vreemd het ook klinkt, ook West-Duitsland was na de oorlog geen echt vrij land. Bijna onzichtbaar verdeeld onder de Britten, de Amerikanen en de Fransen. Iets wat je in een dorpje als Meinersen, vlak bij de grens met de door Rusland bezette DDR, vooral merkt aan de militaire oefeningen die er regelmatig plaatsvinden. Soldaten die door de dorpen trekken en in de greppels liggen. Tanks die over de akkers razen en alles stuk maken. Ze hadden er niets over te zeggen, zij mochten blij zijn dat die militairen er waren.
‘’s Ochtends fietsten we dan naar school en dan lagen er daar soldaten. Militairen die Engels spraken en kauwgom kauwden’, voor haar voelde het alsof ze in een film beland was. Voor haar ouders was het heftig, een herinnering aan de oorlog.
De oorlog waar we ook wij, Nederlanders, ons nog graag aan herinneren tijdens het Europees kampioenschap voetbal van 1988. Ina houdt van voetbal en samen met studievrienden volgt ze de wedstrijd in een theaterkroeg in Utrecht. De halve finale, de afrekening met Duitsland. 1-2 in het hol van de leeuw. Wraak voor alles. Het verlies in 1974 is, aan de spandoeken die in het Volksparkstadion hangen, bijzaak. Het publiek zoekt grappig bedoeld vergelding voor de oorlog.
“Oma we hebben uw fiets teruggevonden.”
Zodra de kroeg haar Duitse accent hoort valt het aanwezige publiek stil.
‘Ik wist niet hoe gevoelig dit tussen Nederland en Duitsland überhaupt nog lag.’
Haar studievrienden die gebaren dat ze mag komen, maar beter haar mond kan houden. Het gevoel wat ze toen had, de gedachte “oh, ik ben volgens mij van de verkeerde kant.” Natuurlijk was ze voor Duitsland, wil ze voor haar team juichen, maar ze durft het niet en houdt zich stil. Die gebeurtenis is de aanleiding voor een solovoorstelling die ze vijf jaar geleden maakte.


‘Ik had gelukkig ook geen Duitse auto,’ wijst ze op de vernielingen, brandstichtingen, die wij allang vergeten zijn, ‘Voor Nederlanders was die overwinning een soort catharsis.’
Hoe welkom Ina hier als Duitse, bleek niet veel meer dan een laagje fatsoen. Nederlanders doen hun best om Duits te spreken, maar lange tijd is dat vooral vanwege het toerisme. Het brengt geld in het laatje. Vooral de mensen van de generatie voor haar blijken sceptisch te zijn en laten zien hoe lang en diep de oorlog in onze samenleving geworteld zit.

VOOROORDELEN

‘Jij,’ hoort Ina regelmatig, ‘bent wel een aardige Duitse, maar die moffen.’ Het zijn opmerkingen waarmee mensen eigenlijk proberen te zeggen dat ze niet discrimineren, geen vooroordelen hebben. Het effect op haar is anders. Het geeft haar het gevoel dat ze op moet passen, dat ze voorzichtig haar woorden moet kiezen, zich in moet houden. Het is ook de reden dat ze de eerste tien, vijftien jaar weinig spreekt over haar familie en waar ze vandaan komt. Soms vertelt ze het en legt daarbij uit dat het verleden van Duitsland één van de redenen is dat ze naar Nederland verhuisd is. Één, de belangrijkste is dat ze theater wil maken.
‘Geen mens is vrij van vooroordelen,’ vertelt Ina, ‘dat kan ook niet, maar als je maar bewust bent.’ Mensen vormen oordelen. Tijdens het opgroeien, leren we wat goed is en wat fout, wie je vriend en wie je vijand is. Ze kent geen Russen, maar alle verhalen die ze op jonge leeftijd hoort over hoe ze in de oorlog huishielden, dat ze vrouwen verkrachten dat haar opa daar is gesneuveld en de ander is teruggekomen met een oorlogstrauma. Ze heeft vooroordelen over de Russen en was er bang voor, maar op begrip hoeft ze hier niet te rekenen.
‘Eigen schuld, had je maar geen oorlog moeten beginnen’, omdat Ina pas na de oorlog op de wereld kwam, verwijten mensen haar in feite dat ze in Duitsland geboren is. Alsof goed en kwaad erfelijke eigenschappen zijn. Haar Duitse paspoort zal ze ook niet inruilen voor een Nederlands.
‘Dat is wat vrijheid voor mij betekent. Dat ik me los durf te maken van mijn het milieu waarin ik opgroeide en de stappen durfde te zetten naar mijn eigen leven. Duitsland,’ lacht ze trots, ‘is mijn Heim, ik ben daar geboren. Ik ben Duits en word geen Nederlander, maar ik bén het wel!’

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie