
Een fabel: Ongeneeslijk ziek
28 februari 2025 om 09:00 Dieren Fabels van Jan B. BouwstraDe vlinder was ongeneeslijk ziek en had nog één dag om te leven. De boktor had het haar verteld. ‘Het is,’ zei hij bedachtzaam, ‘domme pech. Het is genetisch.’ Hij kauwde op zijn stethoscoop, vulde formulieren in en keek op zijn horloge. Het kwam bij eendagsvlinders vaker voor dan je zou willen, als arts.
advertentie
Toen de houtworm ervan hoorde, stortte zijn wereld in. Ineens was een hele boom opschransen met wat vrienden in het weekend niet belangrijk meer. De houtworm wilde naar buiten, weg uit de eik waarin hij zich had verschanst, en strekte zijn hals en keek maar en keek maar naar de vlinder, nu het nog kon.
De vlinder bleef merkwaardig kalm en regelde wat er moest worden geregeld. Voldoende blad en dauw voor de rupsjes, en voor de kevers nestjes om hun eitjes in te leggen. En voor de bloemen regelde zij bijen, die elk uur langskwamen voor een praatje, en die het niet alleen voor de honing deden.
De vlinder fladderde daarna nog een keer langs de boterbloemen bij het heide pad, tussen de seringen door en om de vlierbes heen, en om drie uur ‘s middags was ze klaar en las de post.
Er was een brief van de vleermuis bij: Je was een fijne vlinder, de vleermuis. PS: Waar zat die wolk muggen ook alweer?
En er was ook een brief van de olifant: De neushoorn en ik weten niet goed wat we moeten zeggen, alles lijkt zo onbelangrijk nu. De olifant. PS: Weet jij dat veldje rietsuiker nog te vinden? De neushoorn vroeg ernaar (hij hoor, niet ik).
De vlinder was ontroerd door alle afscheidsbrieven en besloot een kersentaart te bakken, want daar was iedereen gek op. En daarna regelde ze de crematie met de kraai. De hommel wilde wel iets zeggen, want hij had de vlinder goed gekend. Als klein hommeltje veel kattenkwaad uitgehaald met de vlinder, ze waren er ooit vandoor gegaan met de honingvoorraad van de beer. Belhamels hoor, veel gelachen.
Toen kwam onverwacht de vos langs met een vraag. Hij had bloemen meegenomen, keek wat eigenaardig en draaide er eerst omheen. Of zij soms wilde worden opgezet. Misschien nog niet over nagedacht, dat begreep hij wel, maar met haar figuur paste ze mooi in zijn collectie.
De vlinder stemde ermee in op voorwaarde dat de rupsen hun leven lang vrij toegang zouden hebben. En voor de crematie moest de vos een “stand-in” regelen. Want die kon niet meer worden afgezegd, iedereen had zich er zo op verheugd.
Geen punt, volgens de vos. De wandelende tak zou komen. Die hield van aandacht en fikte prima.
Toen de vlinder tegen de avond nog niets voelde, is de olifant op haar gaan zitten. Om de planning niet in de war te sturen. Wel voorzichtig, met alleen zijn linker bil. Dus wel humaan. Of hoe noem je dat, bij een olifant. Ze waren allemaal bij de crematie, en praatten er nog dagen over na. Zo erg hadden ze ervan genoten.
En het bracht ze dichter bij elkaar… als dier.
Jan B. Bouwstra schrijft elke week een fabel voor de website van De Nieuwsbode, die iets te maken heeft met onderwerpen die op dit moment actueel zijn. Meer fabels lezen? Je vindt ze ons dossier Fabels van Jan B. Bouwstra














