
Partij voor de Dieren stelt: ‘Schadevergoeding na wolvenaanvallen moet strikter zijn’
13 oktober 2024 om 16:03 MaatschappelijkUTRECHT / REGIO De Partij voor de Dieren heeft samen met GroenLinks schriftelijke vragen gesteld aan Gedeputeerde Staten van Utrecht over de schadevergoedingen na aanvallen door wolven. De provinciale tak van de partij maakt zich zorgen over de manier waarop schade aan gehouden dieren door wolven wordt gecompenseerd en vragen om meer duidelijkheid over het proces, de snelheid van uitkeringen en de rol van preventieve maatregelen.
advertentie
Jesseka Batteau, inwoner van Woudenberg en statenlid van de Partij voor de Dieren provincie Utrecht, stelde de vragen naar aanleiding van berichtgeving van RTV Utrecht waarin werd aangekaart dat boeren weinig gebruik maken van subsidies voor wolfwerende maatregelen. Wat volgens het statenlid zou kunnen helpen, is om zoveel mogelijk de alle hindernissen weg te nemen bij de subsidiëring van wolvenrasters, maar dan wel duidelijke en scherpe voorwaarden invoeren voor de uitkering van vergoedingen voor schade door wolven.
WORTEL EN DE STOK
Batteau: ,,Dierenhouders maken nog nauwelijks gebruik van de subsidie voor wolfwerende hekken en wij willen weten bij hoeveel van de schademeldingen de dieren goed beschermd stonden. Het niet langer toekennen van een schadevergoeding aan dierenhouders die geen preventieve maatregelen hebben getroffen, kan ervoor zorgen dat er sneller en meer preventieve maatregelen getroffen zullen worden. Dierenhouders moeten gewoon makkelijk en snel hulp krijgen bij de aanleg van rastering. En de schadevergoeding moet juist strikter zijn. De wortel en de stok, zeg maar.”
BETERE INZET
De Partij voor de Dieren pleit al langer bij de provincie voor meer voorlichting en betere inzet van preventie over het natuurlijk gedrag van de wolf. ,,Het is cruciaal om gehouden dieren in Utrecht zo snel mogelijk goed te beschermen tegen wolvenaanvallen om dierenleed tegen te gaan en om te voorkomen dat we wolven aanleren dat gehouden dieren een geschikte prooi zijn”, aldus Batteau.
















