Pas uitgevlogen winterkoninkjes moeten leren zelf insecten te vangen.
Pas uitgevlogen winterkoninkjes moeten leren zelf insecten te vangen. Kees van Reenen

[Winterkoninkjes] zijn grappig

17 juli 2020 om 13:41

De ondergroei in het bosje is weelderig, hier op de vochtige kleigrond. Ik duw een struik opzij en opeens: rrrrt, rrrrrrrrrt… daar snorren kleine bruine ballen alle kanten op. In zijn haast landt er eentje op mijn borst, blijft even met de klauwtjes aan het t-shirt hangen en kijkt me aan, terwijl in de volgende struik moeder waarschuwend roept. De zwarte kraalogen, die misschien nog nooit een mens hebben gezien, proberen te peilen wat dit is: veilig of gevaarlijk? Dan besluit hij tot het laatste en prrrt, weg is ie weer, het bruine verenballetje met geelgerande snavel: een jonge winterkoning.

advertentie

Dit gebeurde begin juni langs de IJssel, aan de andere kant van de Veluwe. Een paar weken geleden had ik opnieuw een ontmoeting met een net uitgevlogen nest winterkoninkjes, in mijn ‘eigen’ tuin op het Lunterse platteland; iets minder spectaculair, maar jonge winterkoningen blijven leuk. Andere jonge vogels, zoals merels, zien er vooral onbeholpen uit, maar jonge winterkoninkjes zijn gewoon grappig.

Overal sloegen oudervogels alarm als mens of roofdier zich in de buurt van hun kroost waagde. En tussendoor hollen en vliegen om de piepende jongen te voeren. Topsport, maar dan serieus.

En toen waren daar opeens de jonge winterkoningen. Waar ze vandaan kwamen, was niet te achterhalen; weken eerder vloog er een winterkoning met nestmateriaal de klimop die tegen het huis groeit in, maar dat zegt niet alles.

De winterkoning, na het goudhaantje onze kleinste broedvogel, met zulke kleine vleugels dat ze in razend tempo moeten klapperen om het beestje vooruit te helpen. Grote afstanden vliegen doet het vogeltje dan ook niet, maar verder is hij ronduit heldhaftig. Omdat naar Afrika vliegen geen doen is, blijft hij hier en blijft insecten eten. Of spinnetjes of zo, maar geen zaden op de voedertafel. Vooral in een strenge winter valt dat niet mee. Zijn naam dankt de winterkoning aan zijn felle zang die het mannetje regelmatig al in de winter laat horen. Vervolgens gaat hij aan de slag om een kunstig bolvormig nest te bouwen. Is dat klaar, dan begint hij onverdroten aan het volgende, want het vrouwtje moet iets te kiezen hebben…

Vervolgens brengen mannetje en wijfje samen vijf tot acht jongen groot en dat twee of drie keer achter elkaar. Dat zal wel nodig zijn, want zo’n jonkie dat net kan vliegen, sturen kan hij nog niet, loopt de nodige risico’s. Maar blijkbaar worden er genoeg groot, want winterkoningen komen overal voor waar dekking, nestgelegenheid en voedsel is. Zo ook in mijn tuin.

Opeens allerlei gepiep in de struiken. Door hun bruine schutkleur vallen ze niet op, maar de beweging verraadt de winterkoninkjes. Ik tel er minstens vier, waarvan er drie een gele snavel hebben met ver naar achteren doorlopende mondhoeken. Of de andere vader of moeder is valt niet uit te maken, want die zien er hetzelfde uit en volgens deskundigen worden de jongen door beide ouders verzorgd. De oudervogel vliegt rusteloos tussen de takken door op zoek naar beestjes, terwijl de jongen bedelen op een tak. Als de ouder te ver uit de buurt raakt, snorren ze in rechte lijn naar een ander punt. Hun staart houden ze nog horizontaal, het rechtop zetten is blijkbaar een eigenaardigheid van volwassen winterkoningen. Dan verwijdert het hele spul zich en verdwijnt uit het zicht in de houtwal.

De volgende dagen zijn ze weer regelmatig in de buurt; met de dag worden ze handiger met vliegen en voedsel zoeken. Het verenpak wordt strakker en de gele babysnavel verandert langzaam in een volwassen insectenpincet. Ook het jonge-vogeltjesgepiep krijgt een volwassener klank en op zekere dag weet je niet meer wie moeder en wie jong is. Ook verspreiden ze zich – of zijn er gewoon niet zoveel meer over? Heeft de kat van de buren er eentje te pakken gekregen? Hopelijk redden de andere het, want van mij mogen er volgend jaar nog veel meer van zulke schattige bruine bollen rondsnorren.

Winterkoninkje op weg naar volwassenheid, een paar weken na het uitvliegen.
Typisch trekje van de (volwassen) winterkoning: het rechtopstaande staartje.