Einar van den Bogert is eigenaar van De Slaperij.
Einar van den Bogert is eigenaar van De Slaperij. Eigen foto

Nachtwijsheid

18 mei 2026 om 19:17
advertentie

Even niet werken!
Niet omdat ik jarenlang worstelde met een identiteitscrisis, maar hoe ouder ik word, hoe sterker ik me verbonden voel met mijn geboortegrond. Waar ik vroeger tijdens vakanties nog bewust afstand hield van groepen Nederlanders, zing ik tegenwoordig zonder schaamte mee met de meest afgrijselijke smartlappen in een Spaanse kroeg, bier in de hand, tussen mijn landgenoten. Maar zelfs als trotse Hollander kan ik me enorm ergeren aan het typisch Nederlandse strandtafereel. Het gepeupel dat complete kampen opbouwt met stoelen, koelboxen, handdoeken en bolderkarren. En dan het parasollenritueel: doorgaans mannenwerk. Hij bouwt een complete schaduwoase voor vrouwlief of een puberdochter met een zonnebril ter grootte van een lasbril, tot de eerste windvlaag toeslaat en de parasol als een moordwapen over het strand vliegt. Maar het allerergste is de waterfiets. Water en fietsen: daar zijn wij Nederlanders goed in. Maar wie bedacht ooit dat die twee gecombineerd moesten worden? Gut o gut o gut. Onze jongste dochter ziet zo'n waterfiets en is direct verkocht. Waar het vroeger nog simpele drijvers waren, zijn het tegenwoordig halve vliegdekschepen met glijbanen en speeltoestellen. Enfin, wij met z'n vijven op de USS Kennedy. Vier zitplaatsen, waarvan twee voor de motoren. Eén daarvan is automatisch voor papa, die zich het apelazarus mag trappen. Nog voor we vijf meter van de kust zijn, klinkt voor het eerst: "Mag ik glijden?” "Nee lieverd, het moet dieper zijn.” Vier seconden later opnieuw. En daarna nog ongeveer zeventien keer. Ondertussen besluit een van de kinderen boven op het gevaarte te klimmen, wat de stabiliteit weinig goed doet. Na een half uur fietsen kijk ik achterom. Mijn benen voelen alsof ik de Alpe d'Huez heb beklommen, maar we blijken nog geen honderd meter van de kust verwijderd. "Glij maar,” hijg ik uiteindelijk. Dan begint de strijd: wie eerst mag. De glijbaan blijkt vooral een plakkerige martelwerktuig waar kinderen halverwege blijven hangen. Ruzie, gehuil, geschreeuw en een vader die langzaam zijn laatste greintje levensvreugde verliest. De terugtocht wordt nog erger. Tegenwind, drie chagrijnige kinderen, een sussende moeder en één uitgeputte motor: ik. Halverwege overweeg ik serieus één van de kinderen overboord te gooien om snelheid én stilte te winnen. Mijn vrouw overtuigt me ervan dat de kwallen het gejammer waarschijnlijk niet zouden verminderen. Na een uur leveren we het drijvende gedrocht weer in. Don Pedro probeert ons nog foto's van onze familieslachting te verkopen. Uit angst voor belastend bewijsmateriaal heb ik vriendelijk geweigerd.

[Einar van den Bogert

[Slaapadviseur