Jan B. Bouwstra vertelt over de lange geschiedenis van fabels. Zelfs de oude Grieken gebruikten ze.
Jan B. Bouwstra vertelt over de lange geschiedenis van fabels. Zelfs de oude Grieken gebruikten ze.

Bundel van Jan B. Bouwstra: De brilslang, de boktor en de andere dieren

4 september 2024 om 10:40 Achtergrond Fabels van Jan B. Bouwstra Tips van de redactie

BOSCH EN DUIN / UTRECHT Op 29 augustus presenteerde Jan Bouwstra bij de Utrechtse boekwinkel Broese zijn eerste boek ‘De brilslang, de boktor en de andere dieren’. In honderd korte fabels nodigt hij lezers uit om na te denken over hun leven en wat hen bezighoudt: liefde, schoonheid, macht, vriendschap, identiteit. De filosofische fabels van Jan Bouwstra verschijnen wekelijks op de website van de Nieuwsbode.

advertentie

Jan Bouwstra schrijft zijn hele leven al. Op de middelbare school, tijdens zijn studie in Wageningen en toen hij als biochemicus in een ziekenhuis werkte. 

“Tijdens mijn studententijd schreef ik studentenblaadjes vol. In het ziekenhuis had ik een column, en een vraag- en antwoordrubriek, waarin ik collega’s op de korrel nam. Zonder hen te beschadigen, dat was de kunst. Iedereen moest er om kunnen lachen, ook de slachtoffers.” Bouwstra zoekt het vooral in humor: ,,Het schrijven van fabels is een manier om de mensen een spiegel voor te houden, het liefst een lachspiegel. Ik introduceer in mijn fabels filosofische thema’s, en schrijf er op een luchtige, humoristische manier over. Schrijven helpt mij om mijn gedachten te structureren. Al schrijvend kom ik tot nieuwe inzichten.” 

De fabels van Toon Tellegen zijn hierbij een inspiratiebron. ,,Ik kocht ze voor mijn kinderen, maar las ze vooral zelf.” Zo’n 10 jaar geleden ging Jan zelf experimenteren met het schrijven van fabels. En waar de fabels van Toon Tellegen geen duidelijke clou hebben, zet Jan Bouwstra zijn lezers aan het denken over bepaalde thema’s. 

,,Ik introduceer een thema en zoek er voor het verhaal de passende dieren bij.” Daarbij sluit hij aan bij de eigenschappen die mensen aan diersoorten toekennen. ,,De uil is een verwaande academicus, de mier heeft overeenkomsten met een hardwerkende middenstander, de neushoorn is een wat simpele denker. Ik experimenteer met het ‘vermenselijken’ van zo’n dier. Bijvoorbeeld, geef ik de mier handen of poten?” Zelf voelt hij verwantschap met de brilslang. ,,Een scherpe analyticus. Maar wel zachtaardig.”

Jan Bouwstra vertelt over zijn fabels en signeert zijn boek op zaterdag 14 september tussen 14.30 en 16.00 uur bij Kramer en Van Doorn.

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
Carol Dohmen
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie