Afbeelding
Pieter Troost

Nieuwe bundel Kees van Domselaar: Tussen twee stilten

1 oktober 2024 om 20:35 Achtergrond Tips van de redactie

ZEIST De Zeister dichter Kees van Domselaar schreef een nieuwe bundel gedichten. Het motto van de bundel is een citaat uit het werk van de dichter J.C. Bloem, 

advertentie

Ten einde is dit wellicht nog ’t meest: 
te kunnen zeggen: 
het is even tussen twee stilten 
luid geweest.


Mooi hierbij aansluitend is de afbeelding van een geluidsfrequentie, beginnend en eindigend met nul, die op de voorkant van het boek staat. Kees van Domselaar is zich in deze bundel pijnlijk bewust van de vergankelijkheid der dingen en vraagt zich af wat van betekenis is en is geweest in zijn leven. Hij gebruikt alledaagse beelden die een diepere laag hebben. Er staat meer dan er staat.

Dit is zijn vierde bundel, die alle zijn verschenen bij uitgeverij De Arbeiderspers in Amsterdam. De bundel met de titel Fabrieksinstellingen bestaat uit twee delen. Het eerste deel heet Bijwerkingen, het tweede Uit de nalatenschap van Jeroen Dageraath.

In het allereerste gedicht, Voortgang, wordt de titel van de bundel genoemd. Kees maakt meteen duidelijk waar de bundel grotendeels over gaat. Een man ‘van top tot teen met tijd besmet’ die de ‘voortgang van zijn dagen uitziekt’ staat voor het raam. Hij ziet zichzelf weerkaatst en maakt de balans op van zijn bestaan.

Wat bedoel je met ‘fabrieksinstellingen’? Van Domselaar: ,,Destijds kocht ik een nieuwe keuken en daar zat vanzelfsprekend ook een oven bij. Ik probeerde die oven aan de praat te krijgen. Maar dat lukte niet, het was één grote chaos. In de gebruiksaanwijzing die ik vervolgens raadpleegde stond het woord fabrieksinstellingen. Je zet het apparaat als het ware weer op nul en probeert het opnieuw in te stellen. Dat heb ik toen gedaan, begon opnieuw met instellen en: de oven deed het. Het woord sprak meteen tot mijn verbeelding. Het technische woord kreeg bij mij een romantische inhoud. Kun je je leven ook opnieuw beginnen? Op nul zetten? In ieder geval in gedachten, in mijn poëzie. 

Het was een verlangen om naar de kern te gaan. Wat is echt van betekenis. Kinderen, kindskinderen, geliefden, vrienden, muziek, poëzie, en onderwijs. Dat alles kreeg diepte en betekenis.’’ De dichter kwam zich daar voor het raam dus op een bijzondere manier tegen. Zijn moeder waarschuwde hem daar altijd al voor, maar dan in een heel ander verband. Hij schrijft er spottend over in het ironische gedicht Je komt jezelf.

Je komt jezelf nog weleens tegen
zei mijn moeder lang geleden in een boze bui
vandaag was het zover.


Van Domselaar: ,,Ja, juist, dat zei ze altijd tegen me, maar dan was het dreigend, als ik iets had gedaan, dat ze niet goedkeurde, maar waar ze me niet van af kon houden.’’ Je moeder komt vaker voor in deze bundel. Van Domselaar: ,,Ja zeker, en ook mijn vader. Mijn vader overleed toen ik dertien was en ik leefde toen als nakomertje samen met mijn oude moeder.’’

Je schrijft in Bij toeval verwekt in het eenmalige: 
lang leve al dat voorgeslacht
dat ons zo achteloos
heeft voortgebracht.’ 

Hoezo ‘achteloos’? Van Domselaar: ,,Denk je dat het voortbrengen door mijn ouders heel bewust is gebeurd? Ik niet. Ik stel me dat wel eens voor. Mijn moeder was al wat ouder, toen ik werd geboren. Het zal niet de bedoeling zijn geweest. Ik ben lid geworden van een club zonder dat ik het wilde. Al met al ben ik daar nu wel erg blij mee. We hadden het heel gezellig thuis. Als ik jarig was werd ik door mijn oudere broer en zusters erg verwend. Er werd voor me gezongen, op de gitaar gespeeld. Vond het alleen erg jammer dat ik dan in mijn eentje naar bed moest, terwijl het feestje beneden gewoon doorging. Vind het ook bijna oneerlijk, dat er een bijeenkomst zal zijn na mijn overlijden, waaraan ik zelf niet deel kan nemen. Wil graag opblijven om dat feestje mee te vieren, ook al kan dat bij mijn weten niet.’’

Wat me ook opvalt is dat je in de bundel veel uitdrukkingen uit de Bijbel noemt of uit christelijke liederen. Van Domselaar: ,,De opvoeding in een christelijk gezin, waar iedere dag uit de bijbel werd gelezen en door mijn vader hardop gebeden, dompelde mij onder in een taal die mij beelden verstrekt voor wat ik denk, voel en beleef. Naarmate ik ouder word, ben ik steeds dankbaarder (weer zo’n woord) voor de taal die mij is meegegeven. De taal van de Bijbel, het complex van verhalen, uitdrukkingen, zegswijzen, spreekwoorden, is heel rijk. Woorden als genade blijven betekenis houden.’’ Maar je kan ook heerlijk spotten met die taaltraditie in deze bundel. Van Domselaar: ,,Wie niet meer spot is dood. Ook al is de ironie in deze bundel minder sterk dan in de vorige, ik hou ervan om te spelen met overgeleverde, soms leeg geworden woorden. De gedichten in deze bundel zijn sowieso directer en persoonlijker dan in de vorige drie.’’

In je bundel zit ook af en toe angst voor de toekomst, vooral die van je kleinkinderen, kindskinderen, zoals jij hen noemt. 

Zoals in Zure zult.
Opeens leek de toekomst een boze droom
zochten we beschutting onder het broze dak van onze gedachten, 
verscholen we ons in folders vol heimwee.


Van Domselaar: ,,Wie heeft dat niet? Af en toe slaat de schrik je om het hart. Nostalgie is dan een prettige remedie, maar geen blijvende.’’

Het tweede deel van de bundel gaat over een merel-echtpaartje, dat op een tak zit. Het zijn gedichten uit de nalatenschap van Jeroen Dageraath, een pseudoniem van jou uit vroeger tijd. De vrouwtjesmerel is nuchter en praktisch, het mannetje wil van alles en probeert allerlei quasi-filosofische uitspraken te doen die door het vrouwtje gerelativeerd worden. Hoe kwam je op het idee?

Van Domselaar: ,,Ik kwam op het idee van de mereltjes door gesprekjes met een ouder echtpaar. Maar inmiddels zijn er ook heel wat gesprekjes met mijn vrouw in verwerkt. Ik heb veel lol gehad bij het maken van deze gedichten. Ze vormen een luchtige afsluiting van de bundel.’’

Een van de merelgedichten:


Heb je wel gehoord vroeg de merel aan zijn vrouw

hoe mooi ik gisteravond floot?
Ach lieverd, zei zijn vrouw 
het geeft niet
maar juist als je fluit hoor ik dat je ouder wordt.


Kunnen we nog meer van deze merelgedichten van je verwachten? Van Domselaar: ,,Helaas, er zaten niet meer gedichten in de nalatenschap van Jeroen Dageraath en hij is overleden. Ik ben blij dat ik deze kon redden.’’

Kees, is geboren en getogen in Zeist, hij werkte meer dan veertig jaar als docent Nederlands op het Christelijk Lyceum en was er vele jaren conrector en plaatsvervangend rector. Hoe belangrijk is Zeist voor jou? Van Domselaar: ,,Het landschap rondom het dorp is het landschap van mijn ziel. De variatie ervan heeft altijd tot mijn verbeelding gesproken. De bossen, verderop de rivier, de weilanden, zand en klei, nat en droog: alles is hier aanwezig in de schaduw van de stad Utrecht. Het is een hele fijne plek om te wonen en te leven. Een deel van mijn levensvreugde komt voort uit het leven en werken alhier. Als kind was het ook een magische omgeving. De Stuifheuvel, het Slot. Het was hier ongevaarlijk en vriendelijk. Mijn moeder maakte zich nooit druk om mij. Ik ging met vriendjes naar de Heidetuin, vennetjes in de vorm van een koekenpan, vlotten bouwen. Kwam om half zes thuis, van top tot teen zwart. Moeder vond alles goed. Speelde, bij wat later Brinkhove was, verstoppertje. Wij aten altijd wat later. De vriendjes waren al naar binnen en dan zat ik nog steeds verstopt in een kuil. Dat is het ergste wat je kan overkomen: verstopt zitten terwijl niemand je zoekt. Dan droop je echt af. Je wilt
gevonden worden. Ik heb me in die eerste bundels misschien te veel verstopt en nu doe ik dat minder. Wil als dichter natuurlijk graag door de lezers gevonden worden.’’


HOOG BEEK EN ROYEN

Al wandelend onder de hoge bomen van het landgoed Hoog Beek en Royen
bespraken we de eeuwige gang van zaken terwijl er iets ruischte langs de wolken 
we droegen rugzakjes met oude verhalen
verzamelden restjes van een bezield verband
hoorden in de verte een orgel met hele noten en zongen balorig een lied van genade
we zochten een wereld die gaandeweg verdwenen was en wisten nog niet van toen naar nu,
hoe snel dat gingen hoe de kinderen groter werden 
het was zomer, een dag als vandaag 
zo’n dag waarop je jezelf tegen beter weten in een nieuw vooruitzicht stelt.


Michiel van Diggelen

De bundel Fabrieksinstellingen is (met handtekening van de schrijver) voorradig bij Kramer & Van Doorn en verkrijgbaar bij iedere boekhandel in Nederland.

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie