
Een fabel: Bewustzijn
17 april 2026 om 07:23 Dieren Fabels van Jan B. BouwstraHet was vroeg in de avond, en de wijngaardslak hoorde stemmen in zijn hoofd. Hij luisterde ernaar zonder er iets van te begrijpen, en kroop naar de schildpad toe, die lag te slapen op het boek dat hij aan het schrijven was.
advertentie
De schildpad schrok op en mompelde: ‘Schrijven is dromen zo aanschouwelijk maken dat je erin verdwijnt.’
Ze dronken warme bloesemthee en praatten op gedempte toon, omdat de bizon en de beer al sliepen. Hen niet wakker maken was het beste voor het bos, ze konden erg humeurig zijn.
De wijngaardslak legde uit: ‘Ik hoor stemmen en zie beelden in mijn hoofd, schildpad, alsof mijn leven een film is die daar wordt afgedraaid.’
De schildpad vroeg: ‘Een film waarin alles vastligt?’
De wijngaardslak knikte: ‘Daar lijkt het op.’
Ze keken naar de ondergaande zon en naar de wolken waarmee de hemel was bezaaid, en de schildpad strekte zijn oude, magere nek uit en zei: ‘Zie jij die wolken… flarden van niets, aangeraakt door een ver licht dat dooft.’
De wijngaardslak stak zijn steeltjes belangstellend omhoog, en vroeg: ‘Hebben die dan iets met de stemmen in mijn hoofd te maken, schildpad?’
De schildpad knikte en zei: ‘Die wereld daarboven is van mij. Hij zit in mijn hoofd en is van mij.’
‘Zijn die wolken van jou?’ vroeg de wijngaardslak, ‘Maar ik zie precies hetzelfde, dan is het toch van ons samen? Of eigenlijk van niemand, want alles wat van iedereen is, is van niemand.’
De schildpad kreeg een kriebel aan zijn buik waar hij maar moeilijk bij kon, maar toen de wijngaardslak er naartoe gekropen was, was het weg.
De schildpad nam een slokje thee en legde uit: ‘Nee, wat ik zie daarboven is van mij. Ik ben groter dan de tijd en de ruimte, want ik heb een bewustzijn, en daaruit ontstaan tijd en ruimte.’
De wijngaardslak was niet iemand die van snel en simpel hield, integendeel, hoe trager hoe beter, maar dit was pittige kost.
De schildpad zei: ‘Het klinkt misschien gek, maar de natuur is de eerstgeborene van mijn bewustzijn. Ik zwaai er de scepter over.’
De wijngaardslak kon het nauwelijks geloven.
De schildpad schonk zich nog een kopje thee in, je moest geen haast hebben als je iets met hem wilde bespreken, en de schildpad zei: ‘Vanochtend kwam ik de krekel tegen en vanmiddag de tor, normaal dikke vrienden, maar ze hadden ruzie. En ze vertelden mij allebei hun verhaal.’
De schildpad proefde van zijn thee met kleine slokjes en vervolgde: ‘Ze vertelden mij allebei het verhaal van hun ruzie. En ze vertelden allebei de waarheid, waarom ze ruzie hadden gekregen. En ze hadden allebei gelijk, helemaal gelijk.’
De schildpad keek de wijngaardslak aan: ‘Het was niet zo dat ze twee verschillende dingen zagen. Nee, allebei zagen ze de dingen precies zoals ze waren gebeurd, maar ze zagen allebei iets anders. En ze hadden allebei gelijk.’
De schildpad dronk zijn kopje leeg: ‘Soms raken we in de war van dat dubbele bestaan van de waarheid.’
Het gezicht van de wijngaardslak klaarde op, en hij keek naar de hemel en zei: ‘Je bedoelt dat jij en ik, wij allebei, onze eigen hemel bezitten.’
De schildpad glimlachte en knikte, en de wijngaardslak keek naar de bizon en de beer die lagen te slapen, en naar de mier die over een tak liep en naar de krekel die tussen het gras in bijna was verdwenen.
En hij rekte zich uit, wat heel langzaam ging, waarbij zijn huisje scheef op zijn rug stond, nam afscheid van de schildpad en kroop naar de wereld toe.
Die van hem was.
Jan B. Bouwstra schrijft elke week een fabel voor de website van De Nieuwsbode, die iets te maken heeft met onderwerpen die op dit moment actueel zijn. Meer fabels lezen? Je vindt ze in ons dossier Fabels van Jan B. Bouwstra

















