
Meer gemeenten harken parkeergeld binnen
3 december 2022 om 08:29 EconomieZEIST / REGIO (LNP) De periode nadert dat we weer massaal gaan shoppen. De energiearmoede ten spijt, wordt de komende tijd weer zowel online als fysiek volop gekocht. Ga je eropuit om ouderwets te winkelen, dan is de kans steeds kleiner dat je met de auto in een binnenstad terecht kunt zonder te betalen voor een parkeerplek. Om twee redenen vinden gemeentes betaald parkeren fijn: het genereert inkomsten én het is een middel om het autoverkeer te reguleren.
advertentie
Nederland is een klein land vol mensen die allemaal een stukje willen van de beschikbare ruimte. Wonen staat op plek 1, maar de ruimte die verkeer en vervoer innemen is ook groot. ,,40 tot 60 procent van de ruimte wordt in beslag genomen door verkeer en vervoer”, zei Frans Bekhuis, Senior Projectmanager bij CROW (kennisplatform voor verkeer en vervoer), eerder dit jaar op de vakwebsite Verkeerskunde.nl over de verdeling van de beschikbare ruimte.
Omvang gebied betaald parkeren net zo groot als Ameland
OPPERVLAKTE Dat is verkeer en vervoer bij elkaar opgeteld. Er is ook een getal over de oppervlakte van alle gebieden waar in Nederland betaald parkeren geldt. Deze werd begin dit jaar door databedrijf Spotzi berekend op een slordige 286 vierkante kilometer. Dat is ongeveer de oppervlakte van Ameland. Ten opzichte van 2013 is dit een toename met 33 procent. Volgens Spotzi spannen grote gemeenten de kroon, maar ook in toeristische gebieden kunnen ze er wat van. In Zeeland bijvoorbeeld bestond betaald parkeren in 2013 nog nauwelijks, maar tegenwoordig is dit hier niet meer weg te denken.
STRIJD Volgens Bekhuis is helder dat met al dat geparkeerde blik een strijd om de ruimte gaande is. ,,Neem in overweging dat het gros van de auto’s het grootste deel van de tijd stilstaat en je kunt nagaan welke druk dat op onze ruimte heeft. We moeten ons gaan afvragen wat we doen met die schaarse vierkante meters.“
Parkeergeld kan aanjager zijn van andere opgaven
AANJAGER Op deze uitdaging hebben dit jaar meerdere partijen zich in het het Landelijk Actieprogramma Parkeren en Verblijven geworpen. Minder auto’s toelaten is het makkelijkste en meest gehoorde antwoord op de vraag wat te doen met het ruimtebeslag in binnensteden, maar Bekhuis meent dat er twee kanten aan het verhaal zitten. ,,Parkeren kan juist een aanjager zijn voor duurzame gebiedsontwikkeling. Parkeerruimte kan bijvoorbeeld een plek bieden aan water bij heftige regenval. Met andere woorden, je kunt parkeerplekken creëren en tegelijkertijd een bijdrage leveren aan andere opgaven, op het gebied van infrastructuur en klimaat. Je kunt wel zeggen dat je een autoluwe stad wil zijn, maar dan moet je wel een alternatief bieden, in de vorm van een hub of een ander straatprofiel waar meer aandacht is voor lopen en fietsen”, aldus Bekhuis bij Verkeerskunde.nl.
PARKEERPENNINGEN Hoe dan ook strijkt een groeiend aantal gemeenten steeds meer parkeerpenningen op. In 2019 hield Detailhandel Nederland een onderzoek onder de 36 grootste winkelsteden van ons land en daaruit bleek dat liefst 80 procent van deze steden de tarieven in de vijf jaar daarvoor verhoogde. Het zijn de laatst bekende cijfers en het lijkt zeker dat in veel gevallen de stijging nadien heeft doorgezet. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) liet in 2020 weten dat dat jaar voor het eerst in totaal meer dan een miljard euro binnenkwam aan parkeergeld.
ZEIST In Zeist ligt het tarief in het centrum momenteel met 2,00 euro per uur (maximaal 1,5 uur) onder het gemiddelde van 3,34 euro (Nationaal Parkeer Register). Omdat veel verschillende tarieven worden gehanteerd (zie kader) hanteren we in het beeld op deze pagina het bedrag dat in het centrum wordt gerekend.
Vrije hand om tarief te bepalen
Elke gemeente die betaald parkeren invoert, heeft de vrije hand om het tarief vast te stellen. Waar de één ervoor kiest om slechts uit de kosten te komen, kiest de ander ervoor om met parkeerheffingen gaten in de begroting te vullen.
Gemiddeld genomen vormen de inkomsten zo’n 10 procent van de inkomsten aan heffingen en belastingen in een gemeente, maar er zijn uitschieters. Amsterdam bijvoorbeeld rekent in de begroting voor volgend jaar op 289 miljoen euro aan parkeergelden, terwijl er in totaal 1.284 miljoen euro aan heffingen binnenkomt. Dat is 22 procent. In Amsterdam leveren geparkeerde auto’s daarmee 7 miljoen euro meer op dan aan OZB-belasting. Hiermee neemt de hoofdstad een bijzondere plek in want veelal is de OZB-belasting dé melkkoe van een gemeente.
Veel mensen menen dat, als je dan toch moet betalen, goedkoper uit bent op straat dan in een parkeergarage. Uit onderzoek van de Consumentenbond in 2018 blijkt dat dit lang niet altijd het geval is. Het gemiddeld uurtarief voor parkeren in een garage was toen en is waarschijnlijk nog steeds lager dan het gemiddeld uurtarief op straat. Dit verschilt natuurlijk wel per gemeente. Het beste advies is dan ook om per situatie te bekijken wat het voordeligst is. Een probleem bij parkeren op straat is dat er niet altijd goed te peilen is wat het tarief precies is. Starttarieven, spits- en daltarieven, tarieven per minuut, maar ook per drie, negen en twaalf minuten, tarieven in overvolle gebieden en daarbuiten; het is allemaal al bedacht. Gelukkig is contactloos betalen momenteel wel op steeds meer plekken ingevoerd. Pielen met muntjes is er bijna niet meer bij.













