Burgemeester Langenacker bezoekt Georg Liefmann op zijn honderdste verjaardag.
Burgemeester Langenacker bezoekt Georg Liefmann op zijn honderdste verjaardag.

Georg Liefmann is honderd jaar!

20 mei 2024 om 07:39 Mensen Tips van de redactie

ZEIST De voordeur gaat open, een slanke heer op leeftijd geeft een ferme hand. ,,Georg Liefmann, kom verder.’’ In de lichte woonkamer met houten meubilair en grote planten vertelt hij honderduit over zijn bijzondere levensloop. 

advertentie

,,Ik heb een fantastisch leven, in mijn hoofd is alles nog in orde. Soms is het een beetje veel, dan moet ik me even terugtrekken. Ik doe alles wat nodig is, ik lees wat, ik kook, ga ‘s avonds naar bed en ben ‘s morgens weer helemaal fris. Ik ga zoveel mogelijk met mensen om en ik wandel, dat is heel belangrijk. Lopen op de aarde en niet alleen op de tegels, daar geniet ik van.’’

Op 16 mei 1924 zag Georg Liefmann het levenslicht in Berlijn. ,,Ik ben de oudste, na mij zijn nog twee zussen geboren. Een is twee jaar jonger dan ik, die leeft nog, de andere is heel jong overleden. In 1935 is in Nederland nog een jongen geboren.’’

RUDOLF STEINERSCHOOL

,,Mijn vader was van joodse afkomst, mijn moeder niet. Toen Hitler in 1933 aan de macht kwam, waarschuwde een oom ons: maak dat je wegkomt nu het nog kan. In 1934 zijn we naar Den Haag verhuisd. In Berlijn had ik een jaar op een Rudolf Steinerschool gezeten en dat beviel goed, in Den Haag was ook een Steinerschool, toen de enige Vrije School in Nederland, de reden voor mijn ouders om voor die plaats te kiezen.’’

NSB-ERS

,,Toen de oorlog uitbrak, op 10 mei 1940, werd de Duitse familie Liefmann opgepakt en met NSB-ers per trein naar Amsterdam vervoerd waar ze werden bewaakt door militairen met mitrailleurs en vervolgens met bussen teruggingen, naar Filmstad Wassenaar. Daar werden ze even vastgezet. ,,De oorlog duurde drie dagen, toen begon de bezetting.’’ Het gezin mocht terug naar hun woning in het Benoordenhoutkwartier, een deel van Den Haag dat tot de Atlantikwall behoorde en waar geen mensen met een Nederlands paspoort mochten blijven. ,,Alle huizen om ons heen stonden leeg. Het was heerlijk rustig. Wij waren Duitsers, wij mochten blijven. Een half jaar later kwam er een brief: joden mochten niet meer in de kustzone wonen. Mijn vader heeft de rest van de oorlogstijd bij vrienden in Amsterdam gewoond, mijn moeder bleef achter met drie kinderen. Ik werd gekeurd voor militaire dienst, maar ben nooit opgeroepen.’’ Hij vertelt over het noodkacheltje dat bovenop de kachel stond en dat steeds bijgevuld moest worden. ,,Ik deed er voortdurend houtjes op. Rondom de huizen was alles leeg, alle bomen waren afgezaagd en we stookten verder kastplanken uit huizen uit de buurt op.’’ In de hongerwinter raakte Georg ernstig ondervoed. ,,We aten -als we die hadden- suikerbieten en bloembollen. Daardoor heb ik mijn leven lang last van de ingewanden.’’

Grote indruk maakte het op Georg toen zijn vader na de oorlog thuiskwam. ,,We verwachtten hem niet, het was een overgangstijd. Hij was zo optimistisch, hij is langs alle controleposten gefietst om weer bij ons te zijn.’’

,,Na de bevrijding heb ik mijn pubertijd ingehaald. Mijn joodse oma was voor de oorlog naar Engeland gevlucht. Ik heb haar opgezocht in Londen, een fantastische stad.’’ 

HANDENARBEID

,,Ik wilde architect worden, maar dat liep mis door alles wat was voorgevallen. Ik heb met moeilijke kinderen gewerkt op een heilpedagogisch instituut. Toen gaf mijn gevoel me in dat ik met kinderen moest werken, er was een enorm lerarentekort. Na een stoomcursus van een jaar haalde ik de lage akte.’’ Hij kwam voor de klas op een Vrije School in Duitsland en deelde een woning met drie collega’s. ,,Met één van de drie ben ik getrouwd.’’ Na een ,,stralende lente in Friesland’’ brak opnieuw een moeilijke tijd aan. De onderwijzer woonde in een souterrain met zijn inmiddels zwangere echtgenote en raakte zwaar overspannen. ,,We zijn terug naar Nederland gegaan; ik had geen geld, geen baan en geen huis. Via een oom kregen we een woning aan de P.C. Hooftlaan, ik ben handenarbeidles gaan geven en dat heb ik daar tot mijn tachtigste volgehouden.’’

TSJERNOBYL

Met zijn negen jaar geleden overleden echtgenote kreeg Georg een dochter en twee zonen. De dochter woont met haar gezin in Duitsland, de zonen bleven in Nederland. Van zijn dochter kreeg hij drie kleinkinderen. ,,Een meisje kreeg leukemie als gevolg van de kernramp in Tsjernobyl, maar inmiddels gaat het haar goed.’’ In Duitsland heeft de honderdjarige twee achterkleinkinderen, een van zes en een van drie. ,,Ze sturen altijd foto’s en dat is heerlijk.’’ 

De beide zonen kregen elk twee kinderen. Een van hen heeft een handicap, maar wordt nog elke week door zijn grootvader opgehaald in Woudenberg. ,,Ik heb een kleine auto en een bus waarmee ik al 44 jaar op vakantie ga. Tot twee jaar terug maakte ik tochten door Noorwegen. Nu ga ik ermee naar mijn zoon in Friesland. Als ik bij hem ben, slaap ik in de bus.’’

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie