Afbeelding

Voorleessessie Freek de Jonge in Beauforthuis: ‘Ik ben een entertainer die een filosoof probeert uit te hangen’

12 februari 2024 om 15:19 Achtergrond

AUSTERLITZ In de Stadsschouwburg van Haarlem viert Freek de Jonge op 20 juni de vijfenvijftigste verjaardag van zijn professionele loopbaan. Destijds was dat de doop van Neerlands Hoop - toen nog met Bram Vermeulen aan zijn zijde - een duo dat de grenzen van het cabaret genadeloos oprekte. Freek was jong en omstuimig, hij is bezonken en zelfreflectief anno nu. 


De voorleessessie die Freek binnenkort in het Beauforthuis van Austerlitz houdt, dient ter voorbereiding van het derde deel van zijn mémoires. In de ‘Zeeuwse jaren’ overpeinst hij de periode 1 november 1961 tot 20 augustus 1969.


Het is een werk in statu nascendi. ,,Eerdere delen van mijn mémoires die ik heb voorgelegd aan mijn medelezers, veranderden nog ingrijpend’’, zegt Freek. ,, Het is eigenlijk net zoals mijn reguliere theatershows. Bij try-outs is alles nog ver van áf. Bij de première is er een outline en inhoud. Tegen de tijd dat ik de voorstelling niet meer speel staan structuur en nuances eindelijk vast.’’


Zo is het ook met de terugblik op zijn inmiddels 79-jarige leven. Al schrijvende en voorlezende lichten details en gebeurtenissen op, al voordragende wijdt De Jonge uit over de context en kunnen bezoekers vragen stellen. Het geheugen is immers niet foutloos, al is hij nergens scherper dan onder de spotlights.
,,Mijn jaren zestig waren verwarrend, in die zin dat ik me niet ambitieus ontwikkelde. Ik was een beetje een slordig kind. Ik leefde een beetje volgens het esprit van Karel Appel, het -vaak verkeerd uitgelegde- motto ‘Ik rotzooi maar wat aan’. Dat idee is altijd sterk bij mij gebleven. Een van de momenten die me deden ontwaken had met het tv-programma ‘Zo is het toevallig ook nog eens een keer’ (Vara 1963-1966) geweest, dat me alert maakte.’’
De vrijheid die synoniem leek met de jaren zestig, heeft De Jonge altijd gewantrouwd: ,,De werkelijkheid is een illusie. Ik heb iets van een filosoof in mij. Ik zeef het leven zelf wel. Ik heb geleerd dat tragiek bij de mensheid hoort. Het is meelijwekkend als je die werkelijkheid ontkent.’’


In dit deel van zijn theatermémoires lopen de jaren zestig op zijn einde en stipt Freek het overlijden van Rolling Stone Brian Jones, die op de bodem van zijn zwembad werd gevonden, het uiteenvallen van The Beatles en de eerste ruimtereis naar de maan aan. Freek: ,,Die tijd leert me dat alles hoogmoed is en een illusie.’’
,,Mijn blik op de jaren zestig heeft mijn betrokkenheid met nu niet afgezwakt. Ik ben zo bij de tijd dat ik deze mémoires even heb stilgelegd. Nu ga ik verder met de geschiedenis, al ben ik natuurlijk geen historicus en verre van volledig. Ik schrijf op wat bepalend is geweest. Komt bij dat ik een entertainer ben die een filosoof probeert uit te hangen.’’

Dit vraaggesprek is opgetekend door John Oomkes. 

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie