
Gemeenteraad Zeist stelt toekomstvisie voor de Stichtse Lustwarande vast
18 oktober 2025 om 15:42 AchtergrondZEIST De gemeenteraad van Zeist heeft donderdag 16 oktober de toekomstvisie Stichtse Lustwarande vastgesteld. De Stichtse Lustwarande bestaat in Zeist uit het landschap van buitenplaatsen en landgoederen aan weerszijden van de bovenweg (Oude Arnhemseweg, Hogeweg, Arnhemse Bovenweg) en de benedenweg (Utrechtseweg, Dorpsstraten, Driebergseweg). Het gebied is bijzonder door haar gebouwen met een rijke en diverse architectuur, en historische groenstructuren. De toekomstvisie geeft richting aan het behoud en de ontwikkeling van het gebied tot 2040. Dat maakt een woordvoerder van de gemeente bekend in dit persbericht.
Het gebied is belangrijk voor onder meer bewoners, grondeigenaren, natuurorganisaties en recreanten. Stichtse Lustwarande vormt een groene zone in Zeist en voor de provincie Utrecht. Het heeft een rijke geschiedenis en is kenmerkend voor Zeist.
“De toekomstvisie Stichtse Lustwarande helpt het gebied te versterken. Door de druk op de ruimte, bijvoorbeeld door nieuwbouw en verkeer, is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken over ontwikkelingen. De visie helpt bij het maken van keuzes die het karakter van het gebied beschermen. Tegelijk biedt het ruimte voor ontwikkelingen die de waarden van de Stichtse Lustwarande versterken”, aldus wethouder Walter van Dijk.
advertentie
TOEKOMSTVISIE EN PARTICIPATIE
Op basis van een breed participatietraject is de toekomstvisie opgesteld. De visie bestaat uit een gebiedsbiografie, die de kernkwaliteiten van het gebied beschrijft zoals openbare ruimte met groene bermen, hagen en bomenlanen. Op basis van de kernkwaliteiten zijn 6 uitgangspunten geformuleerd voor ontwikkeling. De uitgangspunten zijn uitgewerkt in spelregels op verschillende thema’s. Deze spelregels geven richting bij het maken van keuzes vanuit het doel om de Stichtse Lustwarande te behouden en te versterken.
In het participatieproces zijn ervaringen en inzichten verzameld van diverse betrokkenen, waaronder bewoners, maatschappelijke organisaties en deskundigen op het gebied van landschap en erfgoed.

















