
Ook in Zeist meer meldingen over mensen met verward gedrag
17 juli 2026 om 09:42 AchtergrondZEIST / REGIO In de meeste gemeenten waren er in de eerste helft van dit jaar flink meer incidenten met personen met verward gedrag. De politie ontving in de eerste zes maanden in totaal ruim 96.000 meldingen, dat is 17 procent meer dan in diezelfde periode een jaar eerder. Het aantal incidenten neemt al jaren toe, maar een procentuele stijging als deze kwam alleen tijdens de coronapandemie in 2020 voor.
advertentie
GEMEENTE ZEIST
In de eerste helft van 2026 werden er in de gemeente Zeist 337 meldingen gedaan van personen met verward gedrag. Dat is 17,4 procent meer dan een jaar eerder. Toen ontving de politie hier 287 meldingen.
Dit valt op in de regionale cijfers:
- In zeven op de tien gemeenten neemt het aantal klachten toe.
- Opvallend is de stijging in het Gelderse Winterswijk, van 177 meldingen in de eerste helft van 2025 naar 406 in dezelfde periode dit jaar. Ook in het Overijsselse Twenterand (49 naar 199) en het Groningse Pekela (38 naar 130) gaat het om grote verschillen.
- Van de grootste twintig gemeenten werd er alleen in Almere minder vaak overlast door verward gedrag gemeld. Het ging hier om een lichte daling van 1103 naar 1081 meldingen
- .In de gemeente Amsterdam waren veruit de meeste incidenten, ruim 6800. Daarna volgen Rotterdam en Den Haag.
Begin dit jaar liet korpschef Janny Knol weten dat de politie wordt overladen met problemen die niet opgelost kunnen worden door de politie en het strafrecht. Ze riep toen op tot het instellen van een regeringscommissaris of een commissie die “breed kijkt naar het veranderende veiligheidsvraagstuk en met nieuwe oplossingen komt”. Het ANP heeft de politie om een reactie gevraagd over de meest recente cijfers, maar zij heeft nog niet gereageerd.
Over de kaart
Op de kaart hierboven zie je de procentuele ontwikkeling in het aantal geregistreerde meldingen van personen met verward gedrag per gemeente. Dit getal bepaalt de kleur op de kaart. De cijfers zijn van de politie. Het ANP berekende het verschil tussen de eerste helft van ‘26 t.o.v. de eerste helft van ‘25. In gemeenten waar het om zeer lage aantallen gaat, kan het percentage hoog uitvallen.



















