
Een fabel: De giraffe
4 september 2026 om 08:00 DierenHet was avond en de open plek in het bos werd door de maan met parelmoer overgoten. De neushoorn en de olifant stonden vanaf de bosrand vol bewondering te kijken naar die glanzende wereld voor hen uit.
advertentie
De neushoorn rilde ineens en zei: ‘Ik krijg het benauwd, Ollie, heel benauwd.’
Dat kwam vaker voor en de olifant zei: ‘Blijven ademen, Neus.’
‘Ik ademde al.’
‘Met je ziel,’ zei de olifant, ‘met je ziel blijven ademen.’
‘Met mijn ziel?’
‘Ja,’ zei de olifant, ‘die benauwdheid zit in je ziel.’
‘Nee, hoor.’
De olifant zuchtte diep, die gast nam ook nooit iets van hem aan.
‘Het zit in mijn hoofd,’ zei de neushoorn, ‘die benauwdheid zit in mijn hoofd. Ik voelde zojuist heel sterk de behoefte om niets te zijn.’
De olifant knikte: ‘Dat is een hele stap met jouw lijf, Neus. Dan krijg je het benauwd.’
‘Het gaat al beter,’ zei de neushoorn, ‘want niets zijn lukte niet, ik ga nu zo traag mogelijk verder met mijn leven.’
‘Nog trager?’
De neushoorn zuchtte: ‘Ik heb ontdekt dat het belangrijk is om traag te leven.’
‘Omdat?’
De neushoorn ademde langzaam in en uit, en zei: ‘Om te kunnen ademen in de gezonde buitenlucht van mijn ideeën.’
‘In die van mij ook,’ vroeg de olifant. ‘van mijn ideeën?’
‘Die niet, Ollie.’
‘Niet?’
‘Nee, die ruiken.’
Het was stil. Er was veel gezegd waar de olifant over na moest denken, en hij voelde met zijn slurf aan zijn lip, waar hij eerder die dag op had gebeten.
De neushoorn keek ernaar en zei: ‘Soms praten wij over onmogelijke dingen, Ollie.’
‘Mooie gesprekken, Neus.’
De neushoorn knikte: ‘Van onze stemmen gemaakt, die nu een deel zijn van het bos en van de nacht.’
‘Mooi, man.’
Ongemerkt was er iemand achter hen gaan staan, die zijn keel schraapte en vroeg: ‘Hoi jongens, mag ik er even bij komen?’
Het was de giraffe die wat uit de hoogte klonk, en zei: ‘Ik hoorde toevallig dat jullie het over traagte hadden, interessant hoor!’
Daar heb je hem weer met zijn “interessant hoor”, dacht de olifant.
‘Ik heb namelijk ook iets ontdekt,’ zei de giraffe en hij sloot zijn ogen, ‘Willen jullie het weten?’
‘Als het moet,’ zei de olifant.
‘Hou het kort,’ zei de neushoorn.
‘Leuk jongens!’ zei de giraffe, ‘Ik heb ontdekt dat ik zo groot ben als dat wat ik zie.’
De olifant en de neushoorn keken elkaar aan.
‘Ik kijk nu bijvoorbeeld even naar de hemel,’ zei de giraffe, ‘gewoon als voorbeeld, en dan zit die hele hemel met al zijn sterren ineens in mijn ziel en is dus van mij!’
Hij knikte hun vriendelijk toe en verdween met grote, trage stappen in de nacht.
Waarbij zijn silhouet in het maanlandschap deed denken aan een donker meer, omringd door grijze bergen.
Jan B. Bouwstra schrijft elke week een fabel voor de website van De Nieuwsbode, die iets te maken heeft met onderwerpen die op dit moment actueel zijn. Meer fabels lezen? Je vindt ze ons dossier Fabels van Jan B. Bouwstra














