
De oudste inwoonster van Zeist: ,Ik houd van de bossen, met die zee had ik niks’
25 februari 2025 om 11:35 Mensen Tips van de redactieZEIST Mevrouw Bischoff van Heemskerck-Smidt van Gelder bereikte 15 februari de respectabele leeftijd van 104 jaar. Ze is de oudste inwoner van Zeist. Dat zou je niet zeggen, als je haar ziet zitten aan de bridgetafel in de lounge van de Kerckebosch appartementen. ,,Ik doe het drie keer per week. Je blijft er helder van’’, zegt mevrouw. ,,Mijn leven is leuk geweest, daarom leef ik ook nog zo graag.’’
advertentie
Ze werd geboren in Arnhem, als dochter van een kinderarts. ,,Mijn vader was directeur van een kinderziekenhuis. Dat draaide volledig op liefdadigheid, dat heeft hij 45 jaar gedaan.’’
TEVREDEN MET WEINIG
De oorlogsjaren in Arnhem hebben haar leven getekend, zegt ze, maar niet gebroken. ,,Ik heb er veel van geleerd. Alle bezittingen van onze familie zijn verloren. We stonden uiteindelijk zonder iets op straat. Dat maakt je tevreden met weinig. Je leert dingen waarderen.’’
Misschien zou ik nog een drone kunnen afschieten
,,Op een dag stond ik op en toen stond er een bord in de straat dat we ons huis om 16 uur ontruimd moesten hebben.’’ Het was in de tijd van operatie Market Garden. ,,Iedereen moest de stad verlaten, maar niemand is zonder onderdak komen te zitten. We hebben drie weken lang bij vreemden gebivakkeerd, maar we zijn er altijd welkom geweest.’’ Dat mist mevrouw in de huidige tijd. ,,Het gevoel van gemeenschap dat we vroeger kenden. We wonen in een geweldig land, dat we met elkaar hebben groot gemaakt. Ik kan het niet begrijpen als ik hoor dat niemand wil vechten voor zijn land. Zelf kan ik op mijn leeftijd niet zoveel meer, maar misschien zou ik nog een drone kunnen afschieten.’’
RADIO ORANJE
Aan het einde van de oorlog vluchtte ze met haar latere echtgenoot naar Doorn, waar ook haar moeder en oudste zusje dat ziek was naartoe gingen. Toen leerde ze Zeist kennen, waar ze sinds 1982 woont. ,,We gingen er op de fiets naartoe. Onderweg bezweek de fiets bijna onder het gewicht van de bepakking. We werden gecharterd voor het verzet, we hebben in de ondergrondse gezeten. We drukten het Parool, het nieuws van Radio Oranje dat mijn man op een klein kristalontvangertje ontving stond erin.’’
Na de oorlog trouwden ze, en vrijwel direct vertrok haar man naar Indië. ,,Ik bleef achter in Amersfoort, waar ons eerste kind geboren werd. Toen hij na een jaar even terugkwam zag hij het voor het eerst. Ik ging toen mee terug naar Indië en daar werd ons tweede kind geboren. In 1950 gingen we weer naar Nederland. We waren de laatste die aan boord gingen. De mensen stonden te huilen aan de kant omdat wij vertrokken, ze waren erg op ons gesteld.
We waren trots op onze jongens, die alles in de steek lieten om daar in actie te komen. Hun leven was helemaal omgeschakeld. Toen ze kwamen aten ze rijst met boter en suiker, toen ze gingen rijsttafels met sambal.’’
,,Terug in Nederland begon de vrede pas voor ons. We woonden met onze kinderen op twee kamertjes in Delft. Mijn man ging studeren. Na vier jaar was hij ingenieur in de weg- en waterbouw en na tien jaar professor. We verhuisden naar Wassenaar. Daar hebben we nog twee jongens gekregen. In 1973 overleed mijn man. Daarna wilde ik terug naar de bossen, daar houd ik van. Met die zee had ik niks. Ik woon hier heel fijn, mijn kinderen zijn in goede gezondheid en ik heb elke dag contact met ze.’’ Twee wonen in de Verenigde Staten, de andere twee in Nederland.
IN DE KRANT
Aan de muur van haar woonkamer hangt een replica van een schilderij van Jacob van Ochtervelt. Het origineel werd in de oorlog van haar vader geroofd. ,,Het hing in het stadhuis van Londen. Kort voor de coronatijd heb ik het teruggekregen, we werden vorstelijk ontvangen. Ik ben toen zelfs geïnterviewd voor de BBC. Maar in de krant ben ik nog nooit geweest.’’


















