
Annemarie Ehrlich-Liefmann is honderd jaar
24 maart 2026 om 10:24 Mensen Tips van de redactieZEIST „Bij ons thuis werd nooit gescholden. Aan tafel spraken we over wat er op school gebeurde. Er was altijd vrede in huis. Het voelt als een soort genade om zo op te groeien. De jongste jaren zijn het belangrijkst. Als kinderen hebben we niets gemerkt van alle moeilijkheden van die bittere tijd.”
advertentie
Alles loopt zoals het lopen moet
Een paar dagen voordat zij haar honderdste verjaardag viert, blikt Annemarie Ehrlich-Liefmann terug op haar leven. Soepel achter de rollator loopt zij voorop door de lange gangen naar een eenvoudig gemeubileerde kamer met uitzicht op een diepe tuin.
Annemarie werd op 23 maart 1926 in Berlijn geboren, als tweede kind in het gezin Liefmann. Daar woonde zij tot haar negende jaar. Toen Hitler aan de macht kwam, vluchtte het gezin, inmiddels met drie kinderen. Haar vader was van Joodse afkomst. De eerste klas van de Vrije School doorliep Annemarie in Berlijn, de tweede in Den Haag, waar de eerste Vrije School van Nederland was gevestigd. „Toen we kwamen, werden we uitgescholden als ‘rotmof’,” herinnert ze zich scherp.
In Den Haag betrok het gezin een woning op nummer 11. „Ik heb 86 jaar in hetzelfde huis gewoond. Anderhalf jaar geleden verhuisde ik naar Zeist en kwam ik weer terecht op nummer 11. Een bijzonder toeval, een klein voorbeeld van hoe alles loopt zoals het lopen moet.”
CHRISTENGEMEENSCHAP
De laatste jaren woonde zij met een achterkleinkind in het grote huis. „Ik wilde daar niet alleen achterblijven toen zij vertrok. Via de Christengemeenschap hadden mijn man en ik ons al lang geleden ingeschreven voor Huize Valckenbosch. Zo ben ik in Zeist gekomen. Een mooie bijkomstigheid is dat mijn broer om de hoek woont. Wij hebben totaal verschillende levens gehad. Hij is bijna honderdtwee jaar; hij kan mij nu bezoeken.”
Toen het gebouw van de Vrije School in Den Haag door de bezetter werd gevorderd, vonden de klassen een half jaar lang onderdak in het huis van de familie Liefmann. „Daarna werd de Vrije Schoolbeweging verboden.” Annemarie ging vervolgens naar de Quakerschool in een kasteel in Ommen. „Na de oorlog kwam daar een repatriëringshuis, waar mensen twee of drie maanden verbleven om aan te sterken. Ik heb er toen een half jaar gewerkt.”
BEWEGINGSKUNST
Terug in Den Haag volgde zij de euritmie-opleiding, een antroposofische bewegingskunst. „Als puber die niets van heiligheid wilde weten, had ik kunstrijlessen gevolgd. Dat bleek een goede fysieke vooropleiding voor de euritmie.” Tijdens haar opleiding gaf zij al les. Nog voor haar afstuderen ontmoette zij haar latere echtgenoot. „Hij stond bij de vleugel en ik wist: dat is hij.” Ze trouwde met Albrecht Ehrlich, net als zij een gevluchte Duitser met Joodse wortels. „We zijn 37 jaar samen geweest, toen is mijn man overleden. We kregen twee kinderen, een zoon en een dochter.” Haar huwelijk noemt ze „een heerlijke tijd”. Zelfs in het overlijden van haar dochter ziet ze genade. „Ik ben opgelucht over de wijze waarop zij mocht gaan, al blijft het verdriet natuurlijk.”
Ook toen haar kinderen opgroeiden, bleef zij actief als euritmist. „Het werk riep.” Ze is medeoprichter van de Euritmie Academie in Den Haag. „Dat opleidingsinstituut heb ik geleid en geleden,” zegt ze. „Het werd de grootste euritmieschool van Europa; de opleiding is nu onderdeel van de Leidse Vrije Hogeschool.”
EURITMIE IN WERKGEBIEDEN
Na het overlijden van haar echtgenoot nam haar loopbaan een grote vlucht. Ze ontwikkelde een bijzondere vorm van euritmie: euritmie in werkgebieden. Voor het geven van cursussen reisde ze tot haar 95e de wereld over. „Het gaat om vertrouwen: je moet erop vertrouwen dat de medemens doet wat hij moet doen.” Lenig als een jong meisje demonstreert de bijna honderdjarige de oefeningen die ze heeft ontwikkeld. „Toen ik – mede door de coronapandemie – moest stoppen met reizen, gaf ik nog drie jaar lang elke maandagochtend les aan een groep van veertig mensen. Ik werkte altijd met gedichten, niet met muziek. Het gaat om samenwerking, niet om de dans.”
OEFENEN, OEFENEN, OEFENEN
„Oefenen, oefenen, oefenen - iedee dag van mijn leven doe ik dat. Ik ben nu aan het proberen los te laten. Ik wil de honderd wel halen, maar hoe het daarna moet… Hoe is het mogelijk dat een levenskring zo sluit,” zegt ze, terwijl ze haar woorden met gebaren toelicht.

















