Afbeelding
Ellen Teunissen

Dohmen draaft door: Omdat het kan

12 april 2023 om 05:28 Column

Op eerste Paasdag lag ik met een boekje op de bank. Even bijkomen van een korte wandeling en een veel langere lunch, die beide vanwege een flinke verkoudheid meer inspanning hadden gevraagd dan gewoonlijk. Uit mijn ooghoek zag ik mensen over de stoep voor het huis lopen. Sterker nog, ze stonden door het raam te gluren. Ik kwam overeind en keek ze vragend aan, ze lachten vrolijk terug. Ze kwamen me in de verste verte niet bekend voor. Wie waren die gasten?

advertentie

De deurbel. Dezelfde mensen, jong, informeel gekleed, met een boek in hun handen. Duidelijk geen Jehova’s Getuigen. Een crimineel stel, uit op mijn bankpas, leek ook uitgesloten. Beide aannames klopten. Ze zochten mijn man. Ze wisten zijn naam en ze hadden een cadeautje voor hem. Het werd steeds gekker. Manlief was niet onlangs jarig geweest en doet voor zover mij bekend niet mee met de postcodeloterij. Bovendien hadden ze geen spuuglelijke rode donsjas aan en gewoon hallo gezegd in plaats van GÓÉDEMIDDAG in mijn oren getoeterd. Ik verwees ze naar de bijkeukendeur. In Austerlitz is dat de ingang voor vrienden, bekenden en leveranciers, en ze konden wat mij betrof tot alle drie de doelgroepen behoren. Ik had nog steeds geen idee.

WARME DOUCHE

Manlief was in de keuken taartjes aan het bakken. Ik hoorde hoe hij het stel opgetogen als een paar oude bekenden verwelkomde. Ik was teruggekeerd naar mijn bank, maar werd steeds nieuwsgieriger. Zijn vrienden ken ik wel, zijn collega’s niet, maar die spreken zelden Nederlands, dus nogmaals, wie waren deze mensen in hemelsnaam? Een kort, geanimeerd gesprek in de keuken was hoorbaar. Het woord cadeautje viel opnieuw. En ik pikte een ander zinnetje op: ‘Dat zoiets nog kan in Nederland’. Een paar tellen later was het weer voorbij, de bijkeukendeur werd hoorbaar gesloten – hij klemt na al die maanden regen – en bakgeluiden vulden opnieuw de ruimte.

Ik hield het niet langer uit op mijn bank en snelde naar de keuken, een groot vraagteken op mijn gezicht. ‘Oh’, zei manlief doodleuk, ‘die mensen hebben hier laatst gedoucht’. Hij had ze getroffen terwijl hij aan het werk was op ons landje. Ze zochten de sleutel van het douchegebouw van het naastgelegen kampeerterrein. Die wist hij ook niet te vinden, maar hij werd geraakt door hun verhaal. Twee jonge mensen, die als digitale nomaden leven en in een tentje op het kampeerterrein verbleven. Mensen die de sleutel zochten om een keer warm te douchen. Manlief wist ook niet waar die ligt, maar de sleutel naar zijn hart was snel gevonden. We hebben thuis ook een warme douche.

Het digitale stel bracht hem als dank een boek. Ze waren net zo verbaasd als ik: dat zoiets nog kan in Nederland. En ik besefte dat het kan, in hoop en licht blijven geloven. Iemand een warme douche geven kan al wonderen doen. Het was een mooie eerste Paasdag.

Carol Dohmen

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie