
Dohmen draaft door: Teugels los
16 januari 2024 om 06:57 Column Dohmen draaft doorDe rij buiten het Slot, afgelopen vrijdag, was lang. Mensen die iets of iemand vertegenwoordigden namen ’s middags afscheid van onze geliefde burgemeester Janssen. In de kerkzaal van de Evangelische Broedergemeente werd gezeten, gestaan, toegesproken en geklapt, waarna een deel van het gezelschap zich mengde met mensen die uitsluitend zichzelf vertegenwoordigden, voor de receptie in het Slot. Op naar de bitterballen en bubbels.
advertentie
De lange rij was tekenend voor het groot aantal mensen dat persoonlijk afscheid wilde nemen van onze burgervader. Achttien jaar is geen kattenpis, je raakt toch aan elkaar gehecht. Maar eenmaal binnen werd duidelijk dat we vanaf nu ‘on our own’ zijn. Geen Koos meer die ons leidt, hij heeft de teugels losgelaten. De rij werd een brij.
VOL
In de volstromende hal was wél een garderobe, maar niemand die kon vertellen waar de receptionaris zich had opgesteld. Er werd zelfs gefluisterd dat Koos nog niet was gearriveerd, maar dat bleek nepnieuws. Gelukkig bood dezelfde strategie als bij de vraag welke-kliko-moet-er-aan-de-weg een aardige kans van slagen: de massa volgen.
Die massa begaf zich als tergend langzame, amorfe menigte, richting de Spiegelzaal. Deze zaal, berekend op 150 gasten, stond vol. Propvol. Hutjemutje. Omdat ik niet met kop en schouders boven de menigte uitsteek en ook nog eens behept ben met een milde vorm van claustrofobie, zocht ik angstvallig naar houvast. Een luchtig praatje met iemand in de menigte. De bordjes nooduitgang, die angstwekkend ver van me vandaan leken. Stoere brandweermannen, die uitstraalden dat het he-le-maal niet erg was dat er wel 300 mensen in die veel te kleine zaal gepropt leken.
Onwillekeurig kwamen er wat eisen voor de vergunning van de intocht van Sinterklaas in mijn hoofd voorbij. Gegeven de gemiddelde leeftijd van de mensen in de Spiegelzaal leek een plan voor kinderen die hun ouders kwijtraakten terecht overbodig, maar iets over de toevoer van voldoende frisse lucht was op zijn plaats geweest. Het was zo warm, dat ik me afvroeg of de kleine groene plantjes die op mijn toastje zaten, het gevolg van spontane ontkieming van iets in de lucht waren of daar bewust als decoratie door mensenhanden op gedrapeerd waren?
Maar gelukkig. Langzaam maar zeker werd het achterste deel van de zaal zichtbaar en bereikbaar. Daar stond onze burgemeester, ogenschijnlijk onvermoeibaar, op zijn dooie gemak handen te schudden, voor iedereen een vriendelijk woord. Het schijnt dat hij dit tot zeven uur heeft gedaan, toen waren eindelijk de mensen op. Uit alles blijkt, Koos Janssen is een volhouder. Ik zie hem nog wel terugkomen op het podium, als cellist bijvoorbeeld. Maar een ding: zullen we dan netjes in de rij gaan staan?
Carol Dohmen

















