Jan B. Bouwstra
Jan B. Bouwstra Eigen foto

Een fabel: De dikke pad

17 juli 2026 om 09:00 Dieren Fabels van Jan B. Bouwstra

Het was nacht, en in het witte licht van de maan verzamelden de padden zich op de open plek van het bos voor de start van de paddentrek. De dikke pad zou een toespraak houden en zat al helemaal klaar.

advertentie

De uil en de brilslang observeerden vanuit de eik het schouwspel beneden hen, met een portie beukennoten om op te knabbelen, want het kon wel een latertje worden.

Er waren glimwormen ingehuurd om de dikke uit te lichten en de gier was geboekt als katheter, vanwege zijn schouders.

‘Vrienden,’ sprak de dikke met een lach, ‘wat ben ik apetrots op jullie opkomst.’

En na een aarzeling: ‘En die van mij.’

De magere pad applaudisseerde, en de schele en de kromme pad zwaaiden dat de anderen mee moesten doen.

Maar die waren nog wormen uit de grond aan het trekken en haalden bier.

De dikke pad plaatste zijn korte, brede voorpoten op de schouders van de gier en zei: ‘En waarom ik zo blij ben met mijzelf?’

‘Ja, waarom?’ riep de kromme pad en de schele knikte.

De anderen interesseerde het niet.

De dikke zei: ‘Omdat alle padden gelijk zijn, maar …’

‘Maar wat?’ riep de kromme.

‘Dikke padden zijn meer gelijk dan kromme!’

De dikke keek triomfantelijk in het rond, en ging verder met zijn speech.

Even later werd er marsmuziek gespeeld, enkele padden marcheerden heen en weer, en de stem van de dikke schalde boven alles uit: ‘En die nieuwe paddenpoel, die komt er!’

De padden geloofden het wel en klommen over elkaar heen en hadden lol voor tien. Er werd met modder gegooid, ze trokken de vlierbes om, en iemand riep: ‘Vol is vol!’

De uil en de brilslang zagen het vol verbazing aan. De brilslang keek naar de hemel, naar die onmetelijke hoogte vol met sterren. Hij rilde en zei tegen de uil: ‘Het leven doet zo’n pijn wanneer je het ziet, uil.’

Even later stak de dikke pad zijn poot bezwerend op en zei: ‘En, mannen, mijn advies, vergeet niet onderweg te eten, want hoe dikker een pad hoe beter. Dit is wat ik mijn ma beloofde vlak voordat de neushoorn haar verpletterde. Ma, ik ga dikker worden dan jij, en groter en lomper, die vooruitgang komt er.’

De plotselinge bekentenis van de dikke verbaasde iedereen.

Hij stopte met praten, en in de stilte die volgde barstte hij in snikken uit en riep: ‘Zij probeerde mij toen op te eten, maar ik was al te groot en heb haar voor de neushoorn gegooid. Toen wist ik dat de politiek mijn roeping was.’

De padden keken elkaar ontroerd aan, ze snapten het allemaal donders, want je ma voor de neushoorn gooien is niet niks.

Dan ben je een hele grote.

De dikke pad deed daarna een dansje met de kikkervis, totdat hij erop ging staan, liep terug naar de gier en riep: ‘Maar even serieus, mannen, even serieus.’

Hij dempte zijn stem: ‘Want dit is ons bos. Het is een paddenbos. Dat was het en dat blijft het.’

De dikke zwaaide naar zijn fans, boog voorover en rondde af: ‘Ik steek mijn support voor jullie in mijn zak, en heb lak aan alles waar ik pal voor sta.’

En de dikke, de schele en de kromme pad begonnen aan de polonaise. De anderen volgden, het werd een feest.

De brilslang keek opnieuw naar de fonkelende sterren boven hem, naar dat oneindige universum, en zei tegen de uil, die de laatste beukennoot voor zijn neus wegpikte: ‘We leven zonder enig besef van wat het leven is, in de korte tijd die wij krijgen. Als kinderen die spelletjes doen.’

De padden liepen nu schouder aan schouder zingend door het bos, met de dikke pad voorop, en de uil concludeerde somber: ‘Totdat er iemand is die alles in brand steekt.’

Jan B. Bouwstra schrijft elke week een fabel voor de website van De Nieuwsbode, die iets te maken heeft met onderwerpen die op dit moment actueel zijn. Meer fabels lezen? Je vindt ze ons dossier Fabels van Jan B. Bouwstra

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie