
Een fabel: De ziel der dingen
21 augustus 2026 om 09:00 Dieren Fabels van Jan B. BouwstraDe smaragdhagedis lag bewegingsloos op zijn rots aan de oever van de beek, met beneden hem inhammen vol slib en geel-loodkleurig water.
advertentie
De krekel zat even verderop in het gras en zwaaide en riep naar de hagedis: ‘Kijk mij dan eens!’
Toen de smaragdhagedis eindelijk zijn kopje draaide, waagde de krekel de sprong en kwam vlak naast de hagedis op de rots terecht.
‘Poeh! Dat ging net goed. Zag je hoe ik sprong?’
De smaragdhagedis knikte en zijn tongetje schoot naar buiten.
‘O, je zit hier voor de muggen.’
De smaragdhagedis schudde zijn hoofd.
‘Waarom dan wel?’ vroeg de krekel die er lichtgroen en mager bij zat op de stenen ondergrond. Hij kon wel een sappige grasspriet gebruiken.
De smaragdhagedis zei: ‘Omdat ik mijn leven aan niemand toevertrouw, daarom zit ik hier.’
‘Als balling,’ zei de krekel, die in zijn pootjes wreef waar hij op was geland.
De smaragdhagedis knikte: ‘Mijn gedachten vertrouw ik trouwens ook aan niemand toe. Daarom zit ik hier ook.’
Een spinnetje, dat zich met veel moeite had opgetrokken aan de rots, kwam apetrots aan lopen, en de tong van de hagedis schoot uit.
‘Gezegend is hij die zijn leven aan niemand toevertrouwt,’ zei de smaragdhagedis droogjes, zijn gevoel voor humor had hij nog.
‘Als je geen aanleg voor het leven hebt,’ zei de krekel, ‘dan …’, en hij zocht om zich heen naar voorbeelden. Maar die waren op.
Boven hen hing een donkere lucht, die gerimpeld was door wolken die nog donkerder waren. De smaragdhagedis keek naar die gestolde hemel en tuurde in het water en mijmerde: ‘Het is op dit moment de stilte om mij heen die mij bevrijdt van mijn gedachten, krekel. Nu pas zie ik de wereld helder.’
De krekel ging ook in het water turen om een graantje mee te pikken, en zo lagen zij daar zwijgend naast elkaar.
Totdat de hagedis plotseling zei: ‘Alles wat om ons heen gebeurt hoort bij ons, krekel.’
De krekel had het gevoel dat hij iets miste.
‘Al het andere is al gebeurd, of komt pas later.’
‘Juist,’ zei de krekel, ‘daar gaan we ons niet druk om maken.’
Het bleef stil en de krekel vroeg voorzichtig: ‘Is er nooit discussie over?’
De hagedis keek hem aan: ‘Je bedoelt over wat nu moet gebeuren, tegelijk met ons?’
‘Ja.’
‘Daar gaat de tijd over.’
‘Is dat zijn vak?’
‘Precies. En daar stip jij een belangrijk punt aan, krekel.’
De krekel was benieuwd, hij had de aanwezigheid van de tijd zijn leven lang gevoeld, maar de tijd begrijpen was andere koek.
De smaragdhagedis doceerde: ‘De tijd, krekel, is iets wat ons meet zonder maat en ons doodt zonder te zijn.’
De krekel was opgelucht dat het zo simpel was: ‘Dat verklaart een hoop.’
‘Misschien, maar ik vertrouw hem voor geen meter,’ zei de hagedis, die om zich heen loerde en een mug uit de lucht viste. Die was er geweest.
Even verderop zat de kikker in het gras, die riep: ‘Hoi krekel, weet jij waar de hagedis is? De das zocht hem.’
De krekel riep terug: ‘Weet je ook waarvoor?’
‘Nee, maar hij ging nu eerst naar de konijntjes. Om te zien of die al lekker waren.’
‘Zei hij dat?’
‘Ja.’
‘Dan zal de hagedis wel niet meer hoeven,’ zei de krekel, en de kikker knikte, dat hij het begreep en hij riep: ‘Misschien de volgende keer!’
‘Ja, leuk.’
De krekel en de hagedis bleven nog uren liggen kijken naar de wereld om hen heen, totdat de hagedis fluisterde: ‘Ik voel mij met alles om mij heen verbonden, krekel.’
Een straal zonlicht brandde door de wolken heen om zijn huid als een smaragd te laten glanzen. Het was de opmerkelijke helderheid van een verbond.
Van de ziel der dingen, die in hun omgeving lag.
Jan B. Bouwstra schrijft elke week een fabel voor de website van De Nieuwsbode, die iets te maken heeft met onderwerpen die op dit moment actueel zijn. Meer fabels lezen? Je vindt ze ons dossier Fabels van Jan B. Bouwstra

















