
Een fabel: De inktvis en de zeeschildpad
31 juli 2026 om 08:45 Dieren Fabels van Jan B. BouwstraDe inktvis tuurde vanuit de diepte van de zee omhoog, naar de zon die van ver weg in het water scheen. Hij verlangde naar haar warmte en haar licht, maar het water tussen hen in was als een muur waar hij niet doorheen kwam.
advertentie
Er waren dagen, dat de inktvis daar beneden geen enkele vis ontmoette, dan stapte hij over van zichzelf naar zijn gedachten, waar hij in verdween, alsof hij niet langer bij het leven hoorde.
Maar op andere dagen kreeg hij bezoek, van de platvis of de zeebaars, of van de kreeft, en op een dag zwom de zeeschildpad in alle kalmte op hem af en zei: ‘Ik wist niet dat hier dieren woonden.’
De inktvis knikte beleefd.
De zeeschildpad had zoute truffels meegenomen en daar was de inktvis wel aan toe. Hij liet ze zich goed smaken.
Toen ze bijna op waren wees de inktvis om zich heen, en zei met volle mond: ‘De zee is een gevangenis voor mij.’
‘Hoezo, je kunt toch overal naartoe?’
De inktvis propte de laatste truffel met twee armen in zijn mond en zei: ‘Er is alleen maar water om mij heen, en hoever ik ook zwem, de uitgang ga ik niet bereiken.’
De zeeschildpad had de hele wereld afgereisd, en nog zeegras bewaard van de Azoren en wat krabbetjes uit de Poolzee, die de inktvis trouwens ook wel lustte, en hij zei: ‘Ik begrijp wat je bedoelt, maar bij mij voelt het anders. Ik ben met de warme golfstroom meegedreven, en onderweg riep ik steeds: kijk mij eens lekker zwemmen!’
De zeeschildpad wiebelde als een dobber, en zei: ‘Zogenaamd vrij. Maar ondertussen …!’
‘Ik snap het!’ zei de inktvis. ‘Meegesleurd door de warme golfstroom. De omstandigheden waaronder wij leven, schildpad, zijn de onzichtbare tralies rondom ons bestaan.’
De zeeschildpad haalde de krabbetjes tevoorschijn, en ze genoten er samen van. Toen ze bijna op waren, voelde de inktvis met zijn armen aan het water hoe warm het was, en voor het zeegras bedankte hij beleefd.
Hij boog zich voorover naar de schildpad en vertrouwde hem toe: ‘Ik voel altijd afstand tussen mij en de dieren om mij heen.’
‘Dat valt wel mee toch?’
De inktvis schudde zijn hoofd: ‘Het lijkt mee te vallen, maar dat is niet waar. Ik kan de andere dieren wel zien, maar dat is iets anders dan begrijpen.’
De schildpad speelde wat met het laatste krabbetje dat weg probeerde te kruipen, en stopte het ten slotte in zijn mond.
‘Want er zit altijd water tussen ons in, schildpad.’
De schildpad kauwde nadenkend op het krabbetje: ‘O, bedoel je dat! Maar daarom hebben we woorden, om die afstand te overbruggen.’
De inktvis knikte: ‘Precies. Ik zal nooit meer van jou begrijpen dan wat jouw woorden mij zeggen.’
Het bleef lang stil totdat de inktvis eraan toevoegde: ‘Maar woorden zijn onzekere dingen. Ze schieten alle kanten op.’
De zeeschildpad zweefde een rondje om de inktvis heen, want hij vond het een interessant zeedier en vroeg zich af hoeveel armen een inktvis had. Hij zei: ‘Voor de meeste dieren is de precieze betekenis van een woord niet belangrijk, inktvis, die zijn niet op zoek naar de waarheid, leugens bevallen beter.’
‘Bij mij is dat anders.’
‘Jij vindt de waarheid wel belangrijk?’
De inktvis aarzelde en zei: ‘Natuurlijk. Maar steeds wanneer ik de waarheid zoek, is het enige dat ik als beloning krijg, het inzicht dat ze niet bestaat.’
De zeeschildpad had ver moeten reizen om zo’n gedachte te ontmoeten.
Hij klapte in zijn voorpoten en strekte zijn geschubde hoofd voorzichtig naar de inktvis toe: ‘Hoe het ook zij, inktvis, mijn reis gaat verder.’
De inktvis sloeg een arm om hem heen: ‘Die van mij ook, schildpad.’
De zeeschildpad pakte zijn spulletjes weer bij elkaar en vroeg: ‘Maar voor ik vertrek: weet jij misschien wat het nut is van de reis die wij maken, tussen die twee eeuwige nachten in?’
‘Geen idee.’
‘En wie ons dwingt om deze tocht te maken?’
De inktvis schudde zijn hoofd opnieuw en zei: ‘Maar hij gaf ons er het universum als gezelschap bij.’
De zeeschildpad begon te peddelen en stak zijn hoofd naar voren voor meer snelheid.
En de inktvis zwaaide hem na en riep: ‘Wat afleiding onderweg kan geen kwaad.’
En voelde in zijn borst iets kloppen.
Dat samen met hem reisde.
Jan B. Bouwstra schrijft elke week een fabel voor de website van De Nieuwsbode, die iets te maken heeft met onderwerpen die op dit moment actueel zijn. Meer fabels lezen? Je vindt ze ons dossier Fabels van Jan B. Bouwstra

















