
Ruim 500 onderduikadressen in Zeist online
16 juli 2026 om 10:50 Historie Tips van de redactieZEIST Wat begon als het plan voor een bescheiden herdenkingsboekje ter gelegenheid van 75 jaar bevrijding, groeide uit tot een van de meest omvangrijke onderzoeken naar joodse onderduik in Nederland. Zes jaar na de eerste archiefbezoeken hebben Heleen bij ‘t Vuur en Gerrit van der Vorst niet alleen een uitverkocht standaardwerk op hun naam staan, maar ook een website met inmiddels meer dan vijfhonderd Zeister adressen waar joodse onderduikers verbleven, mogelijk verbleven of waar nog onderzoek naar wordt gedaan. En het einde is nog altijd niet in zicht.
advertentie
Toen konden we eigenlijk niet meer terug
De aanleiding voor het onderzoek lag verrassend dicht bij huis. De dichteres Hanny Michaelis had tijdens de Tweede Wereldoorlog enkele maanden ondergedoken gezeten in de woning van Bij ‘t Vuur en Van der Vorst. Toen haar oorlogsherinneringen in 2018 postuum verschenen, ontstond het idee om voor de herdenking van 75 jaar vrijheid een boekje samen te stellen over joodse onderduik in Zeist.
Aanvankelijk gingen de onderzoekers uit van ongeveer honderd adressen. Die inschatting was gebaseerd op Zeistenaren die door Yad Vashem zijn onderscheiden voor hun hulp aan Joden tijdens de oorlog. Al snel bleek echter dat de werkelijkheid veel omvangrijker was. Tijdens onderzoek in het gemeentearchief kwamen steeds meer namen, registraties en arrestaties boven water. Alleen al het aantal arrestaties maakte duidelijk dat het oorspronkelijke plan veel te beperkt was.
ARCHIEVEN UITPLUIZEN
,,Toen konden we eigenlijk niet meer terug’’, vertellen de onderzoekers. De coronaperiode bood onverwacht de gelegenheid om maandenlang archieven uit te pluizen, gegevens met elkaar te vergelijken en verhalen te reconstrueren. Het resultaat verscheen in 2020 onder de titel ‘Dan komen angst en wanhoop aangeslopen’, een boek van 630 pagina’s. Een jaar later volgde nog een supplement van ongeveer 180 pagina’s. De volledige oplage van 460 exemplaren was snel uitverkocht. Nog altijd bestaat er belangstelling voor het boek. In de bibliotheek van Zeist is het regelmatig uitgeleend en ook onderzoekers en nabestaanden blijven naar het werk vragen. Tegelijkertijd bleef nieuwe informatie binnenkomen. Een herdruk bleek daarom geen logische oplossing. Een bijgewerkte editie zou opnieuw honderden pagina’s dik worden en al snel weer verouderd zijn.
Daarom ontstond het idee om alle informatie digitaal beschikbaar te maken. Dat bleek eenvoudiger bedacht dan uitgevoerd. De enorme hoeveelheid teksten, foto’s en documenten leek nauwelijks op een overzichtelijke manier in een website onder te brengen.
De doorbraak kwam toen Bij ‘t Vuur en Van der Vorst in contact kwamen met ICT-specialist Bjorn Kuiper. Op vrijwel iedere vraag of een bepaalde functie mogelijk was, luidde zijn antwoord simpelweg: ,,Ja.’’ Kuiper, die zelf in een voormalig onderduikpand woont, ontwikkelde een systeem waarmee de invoer van grote hoeveelheden teksten en foto’s grotendeels kon worden geautomatiseerd. Volgens de onderzoekers zou de website zonder zijn technische kennis niet zijn gerealiseerd. Dankzij nieuwe financiële steun van de provincie Utrecht, de gemeente Zeist en Stichting Van Tellingen-Pul kon het digitale platform uiteindelijk worden gebouwd.
NASLAGWERK
Op dit moment zijn 514 adressen opgenomen. Daarvan beschouwen de onderzoekers 235 als bewezen onderduikadressen. Bij 109 adressen stonden één of meer met naam bekende joodse onderduikers onder een valse identiteit geregistreerd, terwijl hun daadwerkelijke verblijf nog nader wordt onderzocht. Daarnaast zijn er 170 adressen waar onbekende joodse onderduikers onder een schuilnaam in het bevolkingsregister voorkwamen.
En zelfs die aantallen zijn niet definitief. Regelmatig melden inwoners en nabestaanden zich met foto’s, documenten of herinneringen. Enkele keren per maand levert dat nieuwe informatie op, waarna vaak opnieuw archiefonderzoek volgt. Onlangs bleek bijvoorbeeld dat in het archief van het comité Oorlogspleegkinderen nog tientallen dossiers aanwezig zijn met een relatie tot Zeist.
LOSSE PUZZELSTUKJES
Soms leidt één nieuwe aanwijzing tot een doorbraak. Zo stond in het Zeister bevolkingsregister jarenlang een vrouw vermeld onder de valse naam Eveline Marie Houtman, geboren in Batavia. Pas onlangs meldde zich een inwoner die vertelde dat zijn grootouders aan het Griffensteijnseplein een onderduikster hadden gehad met de naam Miryam Luza. De geboortedatum bleek exact overeen te komen. Twee losse puzzelstukjes vielen daarmee alsnog op hun plaats.
GOEDE BEREIKBAARHEID
Tijdens het onderzoek werd ook steeds duidelijker welke bijzondere rol Zeist tijdens de oorlog heeft gespeeld. Volgens de onderzoekers was de gemeente door de goede bereikbaarheid vanuit Amsterdam aantrekkelijk voor onderduikers. Daarnaast waren in Zeist mensen actief die zich intensief bezighielden met hulp aan Joodse vluchtelingen, onder wie Kees Kirpensteijn en de gereformeerde predikant Gerrit Lugtigheid. Grote woningen en pensions boden bovendien mogelijkheden om mensen onder te brengen. Daar kwam nog bij dat onderduikers in Zeist relatief vaak onder een valse identiteit in het bevolkingsregister konden worden ingeschreven. De onderzoekers spreken inmiddels van een “bolwerk van jodenhulp”.
Achter ieder adres gaat een persoonlijk verhaal schuil. Zo noemen Bij ‘t Vuur en Van der Vorst de geschiedenis van de zevenjarige Liliane Laure Dreyfus, die als onderduikster verbleef in kindertehuis Zonneschijn. Zij werd daar mishandeld en overleed tijdens de oorlog. Pas na de bevrijding werd duidelijk dat zij in de tuin van het tehuis was begraven. Ook het verhaal van Floortje Hamburger blijft hen bezighouden. Het meisje overleefde aanvankelijk een razzia, maar werd later samen met onderduikgeefster Louise Was-Maltha gearresteerd na verraad. Floortje werd vermoord in Auschwitz, Louise stierf in concentratiekamp Ravensbrück.
INDRUKWEKKEND
Even indrukwekkend was een bezoek aan Enny de Bie-Ribbe in een hospice in Schoorl. Drie dagen voordat zij euthanasie zou krijgen, wilde zij de onderzoekers persoonlijk bedanken. Jarenlang had zij zich schuldig gevoeld omdat haar moeder tijdens de oorlog was verraden. In het boek las zij voor het eerst een zorgvuldig en genuanceerd beschreven reconstructie van wat zich destijds had afgespeeld.
Hoewel inmiddels duizenden uren onderzoek zijn verricht, beschouwen Bij ‘t Vuur en Van der Vorst hun werk niet als afgerond. De website is juist bedoeld om nieuwe informatie toe te voegen. Nabestaanden, historici en inwoners die denken dat hun woning ooit een onderduikadres is geweest, worden uitgenodigd contact op te nemen.
De website www.joodseonderduikersinzeist.nl is inmiddels online.


















