
Miep Dullemond is honderd jaar: ‘Op mijn leeftijd hoef je niet zoveel meer’
10 februari 2026 om 11:14 MensenZEIST ,,Ik heb wel een best leven gehad. Nu ben ik bijna honderd.’’ In een gemakkelijke stoel in de hoek van haar appartement haalt Miep Dullemond-Steenvoort herinneringen op aan haar lange leven. ,,Koud buiten? Dan blijf ik lekker binnen. Op mijn leeftijd hoef je niet zoveel meer.’’
advertentie
Mevrouw Dullemond groeide op in Den Haag als Mien Steenvoort. Later maakte haar man daar Miep van. ,,Dat vond hij leuker, er waren al zoveel Mientjes in die tijd.’’ Een gemakkelijke jeugd had ze niet. ,,Mijn vader had vier kinderen toen zijn eerste vrouw overleed aan de Spaanse griep. Hij hertrouwde en kreeg er nog twee, mij en mijn oudere zuster. Mijn moeder was geen lieve vrouw.’’
TWEEDE WERELDOORLOG
Na een pauze vertelt mevrouw over de oorlog. ,,Vijftien was ik, toen de oorlog uitbrak. We hadden het heel slecht in die tijd, armoe tot en met. Mijn vader had hongeroedeem; dunne beentjes en een opgeblazen buik. Maar hij is toch nog 96 geworden.’’
,,Toen de vrede was getekend, kwam de overgang naar een andere tijd. Na de lagere school heb ik de Mulo gedaan. Ik kon gaan werken op het Ministerie van Landbouw, een kantoorbaan. Zeven jaar heb ik dat gedaan.’’
APOSTOLISCH GENOOTSCHAP
Ze trouwde met een vijftien jaar oudere neef die ze haar hele leven lang al kende. ,,We trouwden in het oude gemeentehuis van Den Haag in de Javastraat en in de kerk, het Apostolisch Genootschap. Mijn man was monteur bij de technische dienst van de PTT en moest voor zijn werk het hele land door.’’
,,Eén dochter kregen we. Na de oudste vertelde de vrouwenarts dat ik geen kinderen meer kon krijgen. Zestien jaar later -41 was ik toen- kwam mijn zoon. Pa was zo trots.’’
NAAR DOORN
Op een gegeven moment verhuisde de technische dienst van de PTT van Den Haag naar Amersfoort en moest het gezin op zoek naar een woning in het midden van het land. ,,Doorn is het geworden, een eengezinswoning met een tuin. Ik hield de tuin bij en toen mijn man met pensioen ging, ging hij door met werken. Gouden handen had hij, de aanbouw bij het huis heeft hij zelf neergezet. Hij heeft heel veel geklust. Op vakantie ging de soldeerbout altijd mee.’’
Voor de vakanties gebruikte het gezin een oude personenbus. ,,In het begin bleven we in Nederland, maar later ook verder weg. Het begon met België, maar het werd ook wel eens Oostenrijk.’’
Na het overlijden van haar echtgenoot verhuisde mevrouw naar de Oranjehof in Zeist waar ze 22 jaar woonde. Met haar buurvrouw én vriendin Fien ging mevrouw vaak op vakantie. In haar 81ste levensjaar maakte de ze zelfs nog een reis naar Canada met haar dochter, op bezoek bij familie die na de oorlog was geëmigreerd.
Anderhalf jaar geleden werd het zelfstandig wonen te zwaar voor mevrouw. Ze vond een appartement in Spathodea, op een steenworp afstand van Oranjehof. Een eigen woning met zorg in de buurt. De dochter woont aan de andere kant van Zeist en kijkt regelmatig om de deur, de zoon woont wat verder weg maar komt elke week op bezoek en verricht dan ook wat mantelzorgtaken.
KLEIN- EN ACHTERKLEINKINDEREN
Op de tafel naast de stoel waar mevrouw graag zit staat een bonte verzameling foto’s; veel vrolijke, jonge mensen. Zoon en dochter samen kregen vijf kleinkinderen en inmiddels zijn er ook vier achterkleinkinderen.
Tweemaal is er feest ter gelegenheid van de honderdste verjaardag. Zondag komen de kleinkinderen en een neef van tachtig die net als mevrouw opvallend fit is voor zijn leeftijd. ,,Hij loopt van het treinstation naar de Oranje Nassaulaan.’’
Maandag 9 februari, op de grote dag, komt de burgemeester op bezoek.


















