
Miniatuurversie Oude Kerk groeit gestaag: ‘Misschien ben ik op de helft’
20 mei 2026 om 10:11 MensenZEIST Met vaste hand, engelengeduld en een scherp oog voor detail werkt Zeistenaar Co Westeneng aan een miniatuurversie van de Oude Kerk. Op zijn werktafel verrijst stap voor stap het markante gebouw waar hij al jarenlang nauw bij betrokken is.
advertentie
Het idee ontstond niet zomaar. Westeneng was van 1993 tot begin 2014 fulltime koster van de Oude Kerk. Al sinds begin jaren tachtig is de kerk bovendien de plek waar hij met zijn gezin kerkt en meeleeft. „Tegen de tijd dat ik met pensioen ging ontstond het plan om een poging te wagen,” vertelt hij. „Pensionado’s krijgen veel tijd, zo werd mij verteld.”
Toch duurde het nog jaren voordat hij daadwerkelijk begon. Vrijwilligerswerk vulde lange tijd zijn agenda. Pas in de zomer van 2025 kwam er ruimte om serieus aan het project te werken. Inmiddels zit er ongeveer 160 uur in de maquette.
Westeneng werkte vóór zijn tijd als koster dertig jaar als slager, waarvan twintig jaar als zelfstandig ondernemer in Utrecht. „Een mooi vak,” zegt hij. „Worst en vleeswaren maakten we zelf. Daarna werd ik twintig jaar koster van de Oude Kerk. Het verschil was groot: van een witte naar een zwarte jas.”
Het bouwen van de miniatuur blijkt een flinke technische uitdaging. Vooral de ramen bezorgden hem hoofdbrekers. „In de aanloop naar het besluit om te beginnen was steeds de vraag: hoe en waarvan ga ik het maken?” Ook details als steunberen, deurpartijen en de overgang naar de pinakeltjes vroegen veel aandacht.
Om nauwkeurig te kunnen werken, maakte hij gebruik van oude tekeningen van de kerk. Die bevatten echter geen maatvoering. Uiteindelijk vond hij een oplossing via een gespecialiseerde winkel in Zeist. „Ik vroeg of ze een tekening zo konden schalen dat een bepaald onderdeel precies 23 millimeter werd. Toen dat lukte, had ik een tekening die ik één op één kon overnemen. Daar was ik heel blij mee.”
Tijdens het werk ontdekte hij zelfs iets nieuws over het gebouw. „Ik heb altijd gedacht dat er maar één meetpunt voor het Normaal Amsterdams Peil was, maar het blijken er twee te zijn.”
Zijn betrokkenheid bij de restauratie van de toren hielp hem bovendien anders naar de kerk kijken. „Ik heb het als een hele eer ervaren dat ik daaraan mocht meewerken.”
De grootste uitdaging moet echter nog komen: de toren zelf. „Misschien worden de wijzerplaten en het armatuur op de spits wel het toppunt. Oef, ik heb nog geen idee.”
Wanneer de miniatuur af is, weet Westeneng niet. „Misschien ben ik nu op de helft?” Ook wat er daarna mee gebeurt, laat hij open. „Wie weet is daar belangstelling voor.”














