
Berend Rijkens is honderd jaar: ‘Ik kan nog een boompje planten’
20 augustus 2026 om 11:03 MensenZEIST ,,Ik voel me zestig, ik ben nog redelijk fit. Ik kan nog een boompje planten.’’ Aan de vooravond van zijn honderdste verjaardag vertelt Berend Rijkens over zijn lange leven in zijn kamer in Amandelhof waar hij sinds een jaar woont. ,,Ik kan me wel amuseren, ik kan wel beter tegen nietsdoen dan vroeger.’’
advertentie
Berend Rijkens is op 17 augustus 1926 geboren in Malang Op Java. Zijn vader was Administrateur van Tapioca onderneming “Toeren” in Turen en zijn moeder was onderwijzeres aan de Nederlandse school van de Onderneming, waar ongeveer 30 Nederlanders werkten. Het gezin bestond uit vader, moeder en drie zonen waarvan Berend de middelste is. ,,Ik heb een heel leuke jeugd gehad, met uitstapjes naar het strand. We hadden veel personeel; een tuinman, een chauffeur, een huisbediende. Als je een goede positie had, moest je ook veel bediendes hebben.’’
CHRISTELIJK LYCEUM ZEIST
In 1936 verhuisde het gezin, na een jaar in Zwitserland met thuis-onderwijs door zijn moeder, terug naar Nederland, waar ze gingen wonen aan de Verlengde Slotlaan in Zeist. Hier heeft Berend op de Zeister Schoolvereniging met twee jaar voorsprong de basisschool afgemaakt, gevolgd door de middelbare school Christelijk Lyceum. Zijn vader had ook een boerderij met zes hectare bos bij Driebergen. Berend ging als 16-jarige in 1942 Tropische Landbouw studeren aan de Universiteit van Wageningen. Zij bedoeling was om in zijn geliefde Indonesië te gaan werken. Hij had als student uitstel voor de Arbeitseinsatz in Duitsland, die gold voor jonge mannen van 16 jaar en ouder. De universiteit werd gesloten.
SCHEISS KRIEG
Berend werd actief in een gewapende verzetsgroep. De begane grond van hun woning in Zeist was in 1940 al gevorderd door de Duitsers als kantoor van de Luftwaffe in Soesterberg. De Duitsers in dat kantoor waren geen Nazi’s, maar gewone dienstplichtigen. Het gezin van Berend, net zijn ouders en broers, woonde boven. Dat was de beste plaats om de wapens en explosieven van het verzet te verbergen. Hij had de pest aan Nazi’s, maar had geen hekel aan de gewone Duitse soldaten en officieren, die op het kantoor in zijn familiehuis werkten. Hij sprak wel met hen. Deze Duitsers vonden het een ‘Scheiss Krieg’ maar zij hadden geen keus.
HEIDESTEIN EN BORNIA
Berends verzetsgroep heeft gedropte wapens opgepikt en getransporteerd, inlichtingen doorgegeven aan de geallieerden en een Duitse militaire vrachtwagen overvallen. De Duitsers die in het familiehuis kantoor hielden, hebben vast wel geweten dat Berend ouder dan 16 jaar was, maar hebben hem nooit verraden. Berend verstopte zich ook vaak op de boerderij maar ging wel naar geheime feestjes, onder andere op de landgoederen Heidestein en Bornia.
In 1944 is hij opgepakt en, toen bleek dat hij boven de zestien was, te voet in een colonne met S.S. en Wehrmacht bewakers op transport gezet naar Kamp Amersfoort. Hij heeft door een list uit de colonne kunnen ontsnappen en is toen in het duister door het Zeisterbos terug gelopen. Daar kwam hij een paar zwaarbewapende fietsers tegen. Het bleken zijn verzetsvrienden te zijn, die op weg waren om hem uit Amersfoort te bevrijden.
Toen de Duitse troepen in Nederland zich hadden overgegeven, hebben Berend en zijn verzetsvrienden het uniform van de Binnenlandse Strijdkrachten aangedaan, een blauwe overall of armband. En hebben ze de Duitse militairen, waaronder de bekenden die in zijn ouderlijk huis werkten, ontwapend en naar het Slot Zeist gebracht voor registratie en transport terug naa rDuitsland. De Duitse officier heef zijn houten ski’s aan Berend gegeven, want ,,Duitsland was toch kapot’’ en moest opgebouwd worden. Met zijn verzetsgroep heeft Berend daarna ook NSB-ers opgepakt en bewaakt in het Slot Zeist, totdat het Nederlandse gezag was hersteld.
WALKARTPARK
Op uitnodiging van het 4 en 5 mei-comité verzorgde Berend Rijkens een lezing over deze periode in zijn leven, voorafgaand aan Dodenherdenking in het Walkartpark.
Eind 1945 ging Wageningen weer open en vervolgde Berend zijn studie. In 1949 echter werd hij als dienstplichtige opgeroepen voor de politionele acties in Indonesië en scheepte hij op 16 februari 1949 in op het troepentransportschip S.S. Waterman. Hij werd 2e Luitenant, Motor Transport Officier, in het 426e bataljon gelegerd in Salatiga, op Java tussen Semarang en Djogyakarta. Hij beheerde een wagenpark van overtollige Amerikaanse militaire voertuigen uit de Tweede Wereldoorlog.
Hij sprak nog steeds Indonesisch. Dit heeft hem het leven heeft gered toen hij in zijn jeep overvallen werd door gewapende islamieten, die bezig waren Indonesische vrachtwagens en kampongs (dorpen) gewelddadig aan te vallen. In 1950 heeft hij, in opdracht van de Nederlandse regering, een aantal militaire vrachtwagens overgedragen aan het Indonesische leger TNI. In augustus 1950 keerde hij terug in Nederland met het troepenschip M.S. Skaugum, samen met veel K.N.I.L militairen en hun families. Er was geen toekomst meer voor hem in Indonesië en hij besloot chemie te gaan studeren in Groningen. Hij is ook student-assistent geweest om dat te bekostigen. Bij de afronding van de studie is Berend in Groningen getrouwd met Ineke en is begin 1958 vader geworden van zijn eerste zoon. Meteen daarna is hij als chemicus in dienst getreden bij het Centraal Laboratorium van de Staatsmijnen in Geleen, het latere DSM. In Geleen heeft hij met zijn vrouw Ineke nog drie kinderen gekregen, een zoon en daarna twee dochters.
In 1971 is Berend in dienst getreden van het toenmalige ‘Instituut voor bewaring en verwerking van landbouwproducten’(IBVL, verbonden aan de Universiteit van Wageningen). Het gezin verhuisde in de zomervakantie van 1971 naar een woning aan de Lyceumlaan in Zeist. Zijn vrouw Ineke is in 2013 overleden, na een meer dan vijftien jaar lange strijd met dementie.
In 2015 heeft Berend zijn huidige partner Cecile ontmoet. Helaas kunnen zij sinds 2025 niet meer samenwonen, doordat Berend en ook Cecile naar een verzorgingshuis zijn gegaan.
VRIJWILLIGERSWERK
Hij is na zijn studie meer dan dertig jaar actief gebleven als Reserve Officier, onder andere als voorzitter van de kring Utrecht. Hij heeft veel evenementen georganiseerd met NAVO partners, onder andere met Belgische, Duitse en U.K. reserve officieren. Hij is afgezwaaid met de rang van Lt. Kolonel(Overste) bij de stoottroepen.
Hij is ook jarenlang actief geweest bij het Rode Kruis, onder andere als voorzitter van de kring Utrecht.
KRINGLOOP ZEIST
In Zeist is hij bekend als een van de oprichters van het Zeister Kringloop Centrum. Voor zijn vrijwilligerswerk is hij koninklijk onderscheiden.
Berend heeft na het overlijden van zijn vader een stuk van 6 hectare bos en weiland van de boerderij uit de nalatenschap overgenomen. Hij heeft daar een vijver gegraven en heeft honderden bomen geplant, om er een prachtige biotoop van te maken. In zijn 92-ste levensjaar heeft één van zijn kinderen het overgenomen en die verzorgt het nog steeds. Wat de huidige klimaatverandering betreft, is hij duidelijk. ,,Ik heb er nooit zorgen over gehad. Je moet je geen zorgen maken, je moet er op reageren. Je moet er wat aan doen!’’
Zijn eeuwfeest viert de honderdjarige met zijn vier kinderen, twaalf kleinkinderen, vijf achterkleinkinderen en hun aanhang in het eigen bos in Driebergen, met een Indische rijsttafel, zijn lievelingseten. Zijn partner Cecile woont in een ander verpleeghuis, maar is er ook bij.
Op de verjaardag zelf trakteert Rijkens medewerkers, vrijwilligers en medebewoners van Amandelhof en ontvangt hij burgemeester Langenacker.


















