Jan B. Bouwstra
Jan B. Bouwstra Eigen foto

Een fabel: De schepping

10 juli 2026 om 09:18 Dieren Fabels van Jan B. Bouwstra

‘Even pauze, Neus,’ zei de olifant, ‘ik weet van voren niet meer dat ik van achteren leef.’

advertentie

De neushoorn liep nog twintig meter door alsof hij de olifant die achter hem aan slofte niet had gehoord, en stopte toen.

Het was al nacht, en ze stonden stil onder een sterrenhemel die zich koud en weids boven hen uitstrekte. De neushoorn keek ernaar en zei: ‘Kijk eens omhoog, Ollie, naar die lichtjes.’

De olifant pufte nog wat na: ‘Je bedoelt die sterren?’

De neushoorn knikte: ‘Daar valt meer over te zeggen, Ollie.’

‘Doe maar dan.’

De olifant hoopte dat het niet te lang ging duren, en de neushoorn glimlachte en legde uit: ‘Het is namelijk een klok.’

‘Een klok? Hoezo?’

‘De grootste die er is. Alles loopt op tijd daarboven.’

Ze hoorden een uil roepen en een andere uil antwoord geven, en ze hoorden krekels tjirpen die niet konden slapen, en een kikker kwaken, en de olifant zei: ‘Hoe weet jij nou hier beneden, dat alles daarboven op tijd loopt. Dat gaat er bij mij niet in.’

Hij kon het niet laten.

De neushoorn zei: ‘Omdat iemand die zoiets als een heelal kan maken, wel iets in zijn mars heeft. Die laat alles heus wel op tijd lopen.’

‘Die kan wel wat,’ moest de olifant erkennen.

‘Precies. Die gaat niet over één nacht ijs,’ zei de neushoorn.

De olifant knikte, hij was tevreden over de klok daar boven die mooi op tijd liep, maar keek ineens zorgelijk om zich heen: ‘Dan zou hier beneden ook alles moeten kloppen, als daar boven alles klopt.’

‘In principe wel,’ zei de neushoorn.

‘Dan moeten hier toch voldoende lekkere pollen gras zijn.’

De neushoorn keek ook om zich heen, waarbij er dikke plooien in zijn nek vielen, en hij beaamde: ‘Je wilt geen armoe met je schepping. Anders was je er niet aan begonnen.’

Ze keken nog eens goed, maar zagen alleen maar brandnetels en distels.

Dat kon niet de bedoeling zijn.

‘Je wilt geen armoe met je schepping,’ herhaalde de neushoorn, ‘tenzij …,’ en hij leek plotseling verontrust, ‘tenzij je sadistische neigingen hebt.’

‘Bewust of onbewust, bedoel je,’ zei de olifant.

Want dan was er expres niets voor hen geregeld, en dan konden ze dat lekkere malse gras wel op hun buik schrijven.

Ze keken elkaar vragend aan.

‘Ik heb er een lief ding voor over om dat plan te zien,’ zei de neushoorn, ‘je wilt zeker weten dat er iets in staat over pollen gras en balen hooi.’

De olifant knikte: ‘Dat er bij de schepping voldoende is besteld, bedoel je.’

Er plakte droge klei aan hun grote, grijze buiken, en ze snuffelden aan distels en kauwden met lange tanden op een brandnetel die niet weg te krijgen was.

‘Want,’ zei de olifant, ‘Als dat gras niet is geregeld, waarom dan niet?’

‘Zou je willen weten,’ beaamde de neushoorn.

‘Of het de bedoeling is om ons uit te roeien,’ zei de olifant, ‘of dat het per ongeluk gebeurt.’

‘Dan heb ik dat laatste liever,’ mompelde de neushoorn bedrukt.

Maar hij dacht niet dat ze per ongeluk zouden worden uitgeroeid, daarvoor zat alles te slim in elkaar. Maar expres?

De neushoorn was er absoluut niet gerust op, er ging nogal wat mis de laatste tijd.

Nu die distels, gisteren hadden ze noodweer, en daarvoor waren ze de weg al twee keer kwijtgeraakt.

Zo was niet te doen, een beetje normaal blijven bestaan.

Zij praatten er nog uren over na, als twee grote, grijze silhouetten in de nacht, met daarboven het immense zwijgen van de sterren.

Totdat een smalle streep licht de duisternis van de horizon af trok, en de dag begon.

Toen vielen zij staande op vier benen eindelijk in slaap.

Jan B. Bouwstra schrijft elke week een fabel voor de website van De Nieuwsbode, die iets te maken heeft met onderwerpen die op dit moment actueel zijn. Meer fabels lezen? Je vindt ze in ons dossier Fabels van Jan B. Bouwstra

Mail de redactie
Meld een correctie

advertentie
Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie